La Tonada Inasible
Hace quince segundos
que se murió el poeta
y hace quince siglos
que notamos su ausencia.
Creíamos entonces
que estábamos de vuelta,
cuando faltaba tanto
de ausencia y de poeta.
Hace quince milenios
se nos fugó el poeta
dejándonos sus viudas
y su niña eterna.
Brindemos por sus verbo,
por su roja cabeza,
hermanos de la sangre
vertida del poeta.
Por él sus adversarios
no olvidan, mas celebran,
y por el, sus amigos,
como quiera que hoy sean,
se juntan nuevamente
por sus miserias
convocando a este muerto
de la salud perfecta.
Hace quince silencios
y otras muchas tristezas
quién sabe qué diría
su voz de inteligencia.
Por eso un cisne canta,
prófugo en la floresta,
la tonada inasible
que despertó el poeta.
De Ongrijpbare Melodie
Vijftien seconden geleden
is de dichter gestorven
en vijftien eeuwen
voelen we zijn afwezigheid.
We dachten toen
terug te zijn,
terwijl er nog zoveel
ontbreekt aan afwezigheid en dichter.
Vijftien millennia geleden
is de dichter ons ontvlogen
en liet ons zijn weduwen
en zijn eeuwige kind achter.
Laten we proosten op zijn woorden,
op zijn rode hoofd,
broeders van het bloed
vergoten door de dichter.
Voor hem vergeten zijn zijn tegenstanders
niet, maar vieren ze,
en voor hem, zijn vrienden,
hoe ze ook mogen zijn,
komen weer samen
om zijn ellende,
deze dode
met perfecte gezondheid, op te roepen.
Vijftien stiltes geleden
en nog veel meer verdriet,
wie weet wat hij zou zeggen
met zijn stem van wijsheid.
Daarom zingt een zwaan,
vluchteling in het woud,
de ongrijpbare melodie
die de dichter wekte.