Reino de Tadavía
Viene girando un ángulo planetario,
golpeando las paredes del infinito,
descascarando el nácar del inventario,
violentando el remanso de lo prescrito.
Ciertas presiones altas vienen girando,
en los celajes arremolinaciones,
travesuras del tiempo traspapelando:
vienen antecedentes de los ciclones.
Lloran viejos obscenos, moralizantes,
almas crucificadas en los cincuenta,
con las lenguas sumidas en anhelantes
saliveos al sexo de los noventa.
Lloran niños dormidos, bien arropados
en la eterna ilusión de salir mejores,
pero nadie se salva del pie forzado:
hay que crecer bailando con sinsabores.
Balseros, navidades, absolutismo,
bautismos, testamentos, odio y ternura.
Nadie sabe qué cosa es el comunismo
y eso puede ser pasto de la censura.
Nadie sabe qué cosa es el comunismo
y eso puede ser pasto de la ventura.
De entre todo lo triste y lo perdido
se aproximan girando las estrellitas.
Nadie las ve avanzando por sobre el ruido
de las tiendas legales y las proscritas.
El sistema invisible tendrá su precio,
su frontera y tamaño, su analogía.
Dios le llaman algunos, otros Comercio,
mas para mi es el Reino de Todavía.
Balseros, navidades, absolutismo,
bautismos, testamentos, odio y ternura.
Nadie sabe qué cosa es el comunismo
y eso puede ser pasto de la censura.
Nadie sabe qué cosa es el comunismo
y eso puede ser pasto de la ventura.
Rijk van Nog Niet
Er draait een planetair hoekje,
het slaat tegen de muren van het oneindige,
het schilfert de parelmoer van de inventaris,
het geweldigt de rust van het voorgeschreven.
Bepaalde hoge druk komt draaien,
met in de lucht woelingen,
streken van de tijd die door elkaar zijn gehaald:
er komen signalen van de cyclonen.
Oude obscene, moralisten huilen,
zielen gekruisigd in de vijftiger jaren,
met de tongen verzonken in verlangens
van het seksleven van de negentiger jaren.
Slapende kinderen huilen, goed ingepakt
in de eeuwige illusie om beter te worden,
maar niemand ontsnapt aan de gedwongen voet:
je moet groeien dansend met tegenslagen.
Vluchtelingen, kerstfeesten, absolutisme,
doop, testamenten, haat en tederheid.
Niemand weet wat communisme is
en dat kan voer zijn voor de censuur.
Niemand weet wat communisme is
en dat kan voer zijn voor het geluk.
Uit al het treurige en verloren
komen de sterretjes draaiend dichterbij.
Niemand ziet ze voortbewegen boven het lawaai
van de legale en de verboden winkels.
Het onzichtbare systeem zal zijn prijs hebben,
zijn grens en grootte, zijn analogie.
Sommigen noemen het God, anderen Handel,
maar voor mij is het het Rijk van Nog Niet.
Vluchtelingen, kerstfeesten, absolutisme,
doop, testamenten, haat en tederheid.
Niemand weet wat communisme is
en dat kan voer zijn voor de censuur.
Niemand weet wat communisme is
en dat kan voer zijn voor het geluk.
Escrita por: Silvio Rodríguez