Patterns
The night sets softly
With the hush of falling leaves,
Casting shivering shadows
On the houses through the trees,
And the light from a street lamp
Paints a pattern on my wall,
Like the pieces of a puzzle
Or a child's uneven scrawl.
Up a narrow flight of stairs
In a narrow little room,
As I lie upon my bed
In the early evening gloom.
Impaled on my wall
My eyes can dimly see
The pattern of my life
And the puzzle that is me.
From the moment of my birth
To the instant of my death,
There are patterns I must follow
Just as I must breathe each breath.
Like a rat in a maze
The path before me lies,
And the pattern never alters
Until the rat dies.
And the pattern still remains
On the wall where darkness fell,
And it's fitting that it should,
For in darkness I must dwell.
Like the color of my skin,
Or the day that I grow old,
My life is made of patterns
That can scarcely be controlled.
Patronen
De nacht valt zachtjes
Met het geruis van vallende bladeren,
Werpt rillende schaduwen
Op de huizen door de bomen,
En het licht van een straatlamp
Schildert een patroon op mijn muur,
Als de stukjes van een puzzel
Of het onregelmatige gekrabbel van een kind.
Boven een smalle trap
In een klein kamertje,
Terwijl ik op mijn bed lig
In de vroege avondschemering.
Aan mijn muur gespietst
Kunnen mijn ogen vaag zien
Het patroon van mijn leven
En de puzzel die ik ben.
Vanaf het moment van mijn geboorte
Tot het moment van mijn dood,
Zijn er patronen die ik moet volgen
Net zoals ik elke adem moet halen.
Als een rat in een doolhof
Ligt het pad voor me,
En het patroon verandert nooit
Totdat de rat sterft.
En het patroon blijft nog steeds bestaan
Op de muur waar de duisternis viel,
En het is passend dat het zo is,
Want in de duisternis moet ik wonen.
Als de kleur van mijn huid,
Of de dag dat ik oud word,
Is mijn leven gemaakt van patronen
Die nauwelijks te beheersen zijn.