395px

Lied van de Uitverkorene

Soledad Bravo

Canción Del Elegido

Siempre que se hace una historia
se habla de un viejo, de un niño o de sí,
pero mi historia es difícil:
no voy a hablarles de un hombre común.
Haré la historia de un ser de otro mundo,
de un animal de galaxia.
Es una historia que tiene que ver
con el curso de la Vía Láctea.
Es una historia enterrada.
Es sobre un ser de la nada.

Nació de una tormenta
en el sol de una noche,
el penúltimo mes.
Fue de planeta en planeta
buscando agua potable,
quizás buscando la vida
o buscando la muerte
eso nunca se sabe.
Quizás buscando siluetas
o algo semejante
que fuera adorable,
o por lo menos querible,
besable, amable.

Él descubrió que las minas
del rey Salomón
se hallaban en el cielo
y no en el África ardiente,
como pensaba la gente.
Pero las piedras son frías
y le interesaban calor y alegrías.
Las joyas no tenían alma,
sólo eran espejos, colores brillantes.
Y al fin bajo hacia la guerra...
¡perdón! quise decir a la tierra.

Supo la historia de un golpe,
sintió en su cabeza cristales molidos
y comprendió que la guerra
era la paz del futuro:
lo más terrible se aprende enseguida
y lo hermoso nos cuesta la vida.
La última vez lo vi irse
entre el humo y metralla,
contento y desnudo:
iba matando canallas
con su cañón de futuro.

Lied van de Uitverkorene

Altijd als er een verhaal wordt verteld
gaat het over een oude man, een kind of over zichzelf,
maar mijn verhaal is moeilijk:
ik ga jullie niet vertellen over een gewone man.
Ik zal het verhaal vertellen van een wezen uit een andere wereld,
van een dier uit de sterren.
Het is een verhaal dat te maken heeft
met de loop van de Melkweg.
Het is een verhaal dat begraven ligt.
Het gaat over een wezen uit het niets.

Hij werd geboren uit een storm
onder de zon van een nacht,
de voorlaatste maand.
Hij reisde van planeet naar planeet
op zoek naar drinkwater,
misschien op zoek naar leven
of op zoek naar de dood,
dat weet je nooit.
Misschien op zoek naar schaduwen
of iets dergelijks
wat schattig was,
of op zijn minst beminnelijk,
zoenbaar, vriendelijk.

Hij ontdekte dat de mijnen
van koning Salomo
zich in de lucht bevonden
en niet in het brandende Afrika,
zoals de mensen dachten.
Maar de stenen waren koud
en hij had interesse in warmte en vreugde.
De juwelen hadden geen ziel,
het waren slechts spiegels, felle kleuren.
En uiteindelijk daalde hij af naar de oorlog...
excuses! Ik bedoelde naar de aarde.

Hij leerde het verhaal in één klap,
voelde in zijn hoofd gemalen kristallen
en begreep dat de oorlog
de vrede van de toekomst was:
het verschrikkelijkste leer je meteen
en het mooie kost ons het leven.
De laatste keer dat ik hem zag vertrekken
tussen de rook en het granaatvuur,
blij en naakt:
Hij ging schurken doden
met zijn kanon van de toekomst.

Escrita por: Silvio Rodríguez