395px

Consolatrix Heeft Het Gebouw Verlaten

Sopor Aeternus

Consolatrix Has Left The Building

Strolling all alone...across the ancient cemetery...-
tell me, isn't everthing here...of a timeless green?!
I see that several visitors are also agthered here,
having an idle, little saunter on the old graveyard...just like me.

i keep a chandle burning for myself so i won't feel all alone;
we should have done so, but we never celebrated anythin here at all.

A leaden weariness creeps viscously like syrup down the hills,
felling everybody...as it crawls upon the monuments...-
only i escape its power, for the moment seem immune;
yet, two eldery ladies, guarding the right, the future tomb
are scolding me, so filled with anger, filled with envy and disdain:
"The dead are furios with you!
as you're wasting your precios time!"

Now there are faces in the carpet, there are people living in the walls;
I hear the dead are calling: "sadness lies in wait in the hours before
dawn!"

These moments, fleeting as they are, they testify to us
they are the silent witnesses of a reason about to pass;
I cannot but admit, carelessly ignoring life's finiteness,
that i am filled with fear and worry...and so much shame because of this.

Well, everthing I see, yeas all the iomages are blurred,
it's hard to guess the future in the short-sighted world.
How should this simple handicap be lightly well ignored,
considering the dreadful blindness with wich i have been born.

We should have done so, but we never celebrated anything here at all;
I hear the dead are calling: "sadness lies in wait in the darkest hours...
...right before the dawn!"

Consolatrix Heeft Het Gebouw Verlaten

Alleen aan het wandelen...door de oude begraafplaats...-
vertel me, is alles hier niet...van een tijdloos groen?!
Ik zie dat verschillende bezoekers hier ook verzameld zijn,
met een luie, kleine wandeling op de oude begraafplaats...net als ik.

Ik houd een kaars brandend voor mezelf zodat ik me niet zo alleen voel;
we hadden dit moeten doen, maar we hebben hier nooit iets gevierd.

Een loodzware vermoeidheid kruipt visceus als siroop de heuvels af,
verlamt iedereen...terwijl het over de monumenten kruipt...-
alleen ik ontsnap aan zijn macht, voor het moment lijk ik immuun;
maar twee oudere dames, die de rechter, de toekomstige graf bewaken,
berispen me, zo vol woede, vol jaloezie en minachting:
"De doden zijn woedend op jou!
omdat je je kostbare tijd verdoet!"

Nu zijn er gezichten in het tapijt, er zijn mensen die in de muren leven;
ik hoor de doden roepen: "verdriet ligt op de loer in de uren voor
de dageraad!"

Deze momenten, vluchtig als ze zijn, getuigen van ons
ze zijn de stille getuigen van een reden die op het punt staat te vergaan;
ik kan niet anders dan toegeven, achteloos negerend de eindigheid van het leven,
dat ik vol angst en zorgen ben...en zoveel schaamte om deze reden.

Nou, alles wat ik zie, ja, al de beelden zijn vaag,
het is moeilijk om de toekomst te raden in deze kortzichtige wereld.
Hoe zou deze simpele handicap lichtvaardig genegeerd moeten worden,
gezien de vreselijke blindheid waarmee ik ben geboren.

We hadden dit moeten doen, maar we hebben hier nooit iets gevierd;
ik hoor de doden roepen: "verdriet ligt op de loer in de donkerste uren...
...juist voor de dageraad!"

Escrita por: Anna-Varney Cantodea