395px

Goede Wind

Tatiana Parra

Vento Bom

Chega, escorrega, assovia do nada
Na chapada, onde o nada é o que mais cega
Resfolega a rajada do vento arrasador
Se começa ninguém sabe onde acaba
E desaba varrendo o que lhe impeça
Atravessa a queimada onde o céu
Se avermelhou, rodopiou,

Virou pro mar, alonga a onda a quebrar, vento que é bom
Na direção de escapulir, vento que é bom
Quando rugir, quando vagar
Quando o vento fugir
Num semitom canta com o vento, que é bom

Quando dobra a serra num sopro vertical
Lá que o vento tem seu final
E quando se encerra na brisa original
Desliza um fim de melodia
Onde some o vento, de lá sou natural
Do alto, sou de mairiporã
Quando beija a renda no canto do varal
Roçando na romã, no bambuzal
Só resta um assovio, a brisa por um fio
Foi vento bom

Goede Wind

Komt, glijdt, fluit uit het niets
Op de vlakte, waar het niets het meest verblindt
De krachtige wind blaast verwoestend
Als het begint, weet niemand waar het eindigt
En het stort neer, veegt weg wat het tegenhoudt
Het steekt over de brand waar de lucht
Rood werd, draaide,

Keerde naar de zee, verlengt de golf die breekt, goede wind
In de richting van ontsnappen, goede wind
Wanneer het brult, wanneer het zwijgt
Wanneer de wind wegvlucht
In een halve toon zingt het met de wind, die goed is

Wanneer het de berg ombuigt in een verticale zucht
Daar heeft de wind zijn einde
En wanneer het eindigt in de originele bries
Glijdt een einde van melodie
Waar de wind verdwijnt, daar ben ik natuurlijk
Van boven, ik kom uit Mairiporã
Wanneer het de kant van de waslijn kust
Strijkend langs de granaatappel, in het bamboebos
Blijft er slechts een fluittoon over, de bries aan een draad
Het was een goede wind

Escrita por: Sergio Santos, Andre Mehmari