De dievenwagen
Jongens, kom kijken, de wagen staat voor
De dieven worden weggereden
Dan zie je de jongens, hun handen geboeid
Die heus niet het ergste deden
Vaak is het een jongetje, lang werkeloos die het deed
Daar hij niets kon verdienen
Nou dan zie je de moeders staan aan het station die stil
In een hoekje staan grienen
refren':
Lach nooit als je die wagen ziet staan, je kunt hem gerust wel betreuren
Denk maar alleen: wat hij heeft gedaan kan morgen mij ook gebeuren
Want is het niet wreed als je loopt langs de straat en overal zie je die weelde
Dan denk je: hoe mooi is het toch rijk te zijn
Wat arm zijn wij dan toch, misdeelden
En als dan je kinderen vragen om brood en je kunt ze ook dat niet eens geven
Nou dan steel je maar want dat is voor je kind
Want die heeft toch het recht om te leven
refren'
refren'
't Is niet altijd een dief die de wagen ingaat
En da's natuurlijk weer 't mooie
Het zijn soms de jongens die geen dienst willen doen
En die ze de nor maar ingooien
Maar hij die vermoordt, en die geld heeft, zo'n ploert
Hem wordt steeds die schande vermeden
Hij wordt heus niet in die wagen vervoerd
Maar in z'n eigen tatra weggereden
refren'
refren'
Denk maar alleen: wat hij heeft gedaan kan morgen mij ook gebeuren
El carro de los ladrones
Chicos, vengan a ver, el carro está afuera
Los ladrones son llevados
Entonces ves a los chicos, con las manos esposadas
Que realmente no hicieron lo peor
A menudo es un chico, mucho tiempo desempleado que lo hizo
Porque no podía ganar dinero
Entonces ves a las madres paradas en la estación en silencio
Llorando en un rincón
Estribillo:
Nunca te rías cuando ves ese carro parado, puedes lamentarlo sin problemas
Solo piensa: lo que él hizo mañana también me puede pasar a mí
Porque ¿no es cruel cuando caminas por la calle y en todas partes ves esa riqueza?
Entonces piensas: qué hermoso es ser rico
Qué pobres somos nosotros, desfavorecidos
Y cuando tus hijos te piden pan y ni siquiera puedes dárselo
Entonces solo robas porque es para tu hijo
Porque él tiene el derecho de vivir
Estribillo
Estribillo
No siempre es un ladrón el que entra en el carro
Y eso, por supuesto, es lo bonito
A veces son los chicos que no quieren hacer el servicio
Y los tiran a la cárcel
Pero aquel que asesina, y que tiene dinero, ese bribón
Siempre evita esa vergüenza
Él realmente no es llevado en ese carro
Sino en su propio auto, lejos
Estribillo
Estribillo
Solo piensa: lo que él hizo mañana también me puede pasar