A Felicidade
Tristeza não tem fim (tristeza não tem fim)
Felicidade sim
A felicidade é como a pluma
Que o vento vai levando pelo ar
Voa tão leve, mas tem a vida breve
Precisa que haja vento sem parar
A felicidade do pobre parece
A grande ilusão do carnaval
A gente trabalha o ano inteiro
Por um momento de sonho, pra fazer a fantasia
De rei, ou de pirata, ou jardineira
E tudo se acabar na quarta-feira
Tristeza não tem fim
Felicidade sim
Tristeza não tem fim
Felicidade sim
A felicidade é como a gota de orvalho numa pétala de flor
Brilha tranquila
Depois, de leve oscila
E cai como uma lágrima de amor
A minha felicidade está sonhando
Nos olhos da minha namorada
É como esta noite passando, passando
Em busca da madrugada
Falem baixo, por favor
Pra que ela acorde alegre como o dia
Oferecendo beijos de amor
Tristeza não tem fim
Tristeza não tem fim
Tristeza não tem fim
Tristeza não tem fim
Tristeza não tem fim
Tristeza não tem fim
De Geluk
Verdriet kent geen einde (verdriet kent geen einde)
Geluk wel
Geluk is als een veertje
Dat de wind door de lucht meeneemt
Het vliegt zo licht, maar heeft een kort leven
Het heeft wind nodig die nooit stopt
Het geluk van de arme lijkt
De grote illusie van het carnaval
We werken het hele jaar
Voor een moment van dromen, om de fantasie te maken
Van koning, of van piraat, of tuinier
En alles eindigt op woensdag
Verdriet kent geen einde
Geluk wel
Verdriet kent geen einde
Geluk wel
Geluk is als een dauwdruppel op een bloemblaadje
Het straalt rustig
Daarna wiebelt het zachtjes
En valt als een traan van liefde
Mijn geluk droomt
In de ogen van mijn vriendin
Het is als deze nacht die voorbijgaat, voorbijgaat
Op zoek naar de ochtend
Spreek zachtjes, alsjeblieft
Zodat ze vrolijk wakker wordt als de dag
Met kussen van liefde
Verdriet kent geen einde
Verdriet kent geen einde
Verdriet kent geen einde
Verdriet kent geen einde
Verdriet kent geen einde
Verdriet kent geen einde
Escrita por: Antonio Carlos Jobim / Vinícius de Moraes