Céu de Brasília
A cidade acalmou logo depois das dez
Nas janelas a fria luz da televisão divertindo as famílias
Saio pela noite andando nas ruas
Lá vou eu pelo ar asas de avião
Me esquecendo da solidão da cidade grande
Do mundo dos homens num vôo maluco
Que eu vou inventando e vôo até ver nascer
O mato, o sol da manhã, as folhas, os rios, o azul
Beleza bonita de ver nada existe como o azul
Sem manchas do céu do Planalto Central
E o horizonte imenso aberto sugerindo mil direções
E eu nem quero saber se foi bebedeira louca ou lucidez.
Lucht van Brasília
De stad kalmeerde snel na tienen
In de ramen het koude licht van de televisie die de gezinnen vermaakt
Ik ga de nacht in, wandelend door de straten
Daar ga ik, door de lucht, als een vliegtuig
Vergeet de eenzaamheid van de grote stad
Van de wereld van de mensen in een gekke vlucht
Die ik blijf verzinnen en vlieg tot ik zie opkomen
Het gras, de zon van de ochtend, de bladeren, de rivieren, het blauw
Prachtige schoonheid om te zien, niets is zoals het blauw
Zonder vlekken van de lucht van het Centraal Plateau
En de immense horizon die duizend richtingen suggereert
En ik wil niet eens weten of het een gekke dronkenschap was of helderheid.
Escrita por: Fernando Brant, Toninho Horta