395px

Por detrás

Herman Van Veen

Achterlangs

De meeste treinen rijden achterlangs het leven.
Je ziet een schuurtje met een fiets er tegen aan.
Een kleine jongen is nog op, hij mag nog even.
Je ziet een keukendeur een eindje openstaan.
Als je maar niet door deze trein werd voortgedreven,
Zou je daar zondermeer naar binnen kunnen gaan.

Zodra de schemer was gedaald,
Was je niet langer meer verdwaald.

En je ontmoette daar niet eens, niet eens verbaasde blikken.
Je zou toch komen? Iedereen had het vermoed.
En ze zouden even haast onmerkbaar naar je knikken.
Want wie verwacht is, wordt maar nauwelijks begroet.
Je zou je zomaar aan hun tafel kunnen schikken
En alle dingen waren plotseling weer goed.

Zodra de schemer was gedaald,
Was je niet langer meer verdwaald.

Je hoefde daar geen druppel, geen druppel alcohol te drinken,
Want grenadine zou je smaken als cognac.
Je zag het haardvuur achter micaruitjes blinken,
Er kwam een merel zitten zingen op het dak.
En die paar mensen die je nooit hebt kunnen missen,
Kwamen daar binnen met een lach op hun gezicht.
Je zou je voortaan nooit meer in de weg vergissen,
Je deed het boek van alle droevenissen dicht.

Maar ach, de trein is doorgegaan
En kilometers daar vandaan.

Por detrás

La mayoría de los trenes pasan por detrás de la vida.
Ves un cobertizo con una bicicleta apoyada en él.
Un niño pequeño aún está despierto, se le permite un poco más.
Ves una puerta de la cocina entreabierta.
Si no fueras impulsado por este tren,
Podrías entrar allí sin problemas.

Tan pronto como cayó el crepúsculo,
Ya no estabas perdido.

Y allí no encontraste ni siquiera miradas sorprendidas.
¿No ibas a venir de todos modos? Todos lo sospechaban.
Y apenas te harían un gesto de saludo.
Porque quien se espera apenas es saludado.
Podrías simplemente sentarte en su mesa
Y todas las cosas de repente estarían bien.

Tan pronto como cayó el crepúsculo,
Ya no estabas perdido.

No necesitabas beber ni una gota, ni una gota de alcohol,
Porque la granadina te sabría como coñac.
Viste el fuego detrás de las micas brillar,
Un mirlo se posó a cantar en el techo.
Y esas pocas personas que nunca pudiste olvidar,
Entraron allí con una sonrisa en sus rostros.
De ahora en adelante nunca te equivocarías,
Cerraste el libro de todas las tristezas.

Pero oh, el tren siguió su camino
Y kilómetros lejos de allí.

Escrita por: Herman Van Veen / Willem Wilmink