395px

El Bote

Herman Van Veen

Het Vlot

De deur valt dicht en jij bent weg.
Ga maar.
Twee katten krijsen in de straat.
Kennen ze jou? Jouw kattekwaad?

Ik grijp mij vast aan de vensterbank.
Het huis zinkt, en ik verdrink in drank.

Muziek vaart aan vanaf de gracht.
Een zwoele nacht.
Ik op een kurk, hol en alleen.
Ik wil zo zwaar zijn als een steen.

Hij zal wel bruin en prachtig zijn.
Jou lichaam is nu zijn jachtterrein.

Er ligt een ronde steen op het strand.
Een jongen weegt hem in zijn hand.
Hij legt hem op zijn lief haar huid.
De steen beeft, en zij ademt uit.

Als ik je morgen zie op het pad,
zal ik je vragen: En, leuk gehad?

El Bote

La puerta se cierra y tú te has ido.
Ve.
Dos gatos maúllan en la calle.
¿Te conocen? ¿Tus travesuras?

Me agarro a la repisa de la ventana.
La casa se hunde, y yo me ahogo en alcohol.

La música navega desde el canal.
Una noche sensual.
Yo en un corcho, vacío y solo.
Quiero ser tan pesado como una piedra.

Él debe ser moreno y hermoso.
Tu cuerpo es ahora su territorio de caza.

Hay una piedra redonda en la playa.
Un chico la sopesa en su mano.
La coloca en la piel de su amada.
La piedra tiembla, y ella exhala.

Si te veo mañana en el camino,
te preguntaré: ¿Y, te divertiste?

Escrita por: Hanneke Holzhaus / Herman Van Veen / Manfred Maurenbrecher