395px

Su primer hogar

Herman Van Veen

Hun eerste woning

Er waren twee jonge gelieven
Die minden elkander zo teer
Die gingen tezamen ten stadhuize
En werden mevrouw en meneer
Ze kregen een woning op zolder
Bij grootvader Piet van der Plas
En waren daarmee in hun nopjes
Omdat er zo'n woningnood was

En als zij daar zoenden en stoeiden
Keek opa op grootvaders klok
Dan nam hij zo lustig de tijd op
Ook sloeg hij de maat met zijn stok
En maakten de jonge gelieven
Een uiterst erotisch geluid
Trok opa zich op aan de dakgoot
En lachte hen toe door de ruit

Dat grootvader zo alle dagen
Een blijk van belangstelling gaf
De jongen die kon het niet schelen
Maar de arme meid knapte af
Haar stem kreeg een ranzige bijklank
Haar ogen die kregen iets grauws
Totdat ze tenslotte kapot ging
Aan opa z'n blijven applaus

Su primer hogar

Había dos jóvenes amantes
Que se amaban tiernamente
Fueron juntos al ayuntamiento
Y se convirtieron en señora y señor
Consiguieron una vivienda en el ático
En casa del abuelo Piet van der Plas
Y estaban encantados con eso
Porque la necesidad de vivienda era grande

Y cuando se besaban y jugueteaban allí
El abuelo miraba el reloj del abuelo
Tomaba el tiempo tan alegremente
Y marcaba el ritmo con su bastón
Y los jóvenes amantes
Hacían un sonido extremadamente erótico
El abuelo se asomaba por el alero
Y les sonreía a través de la ventana

Que el abuelo todos los días
Mostraba interés
Al joven no le importaba
Pero la pobre chica se deterioraba
Su voz adquiría un tono desagradable
Sus ojos se volvían opacos
Hasta que finalmente se quebró
Por el constante aplauso del abuelo

Escrita por: