La Marea
La marea me dejó arenas de plata
Que pondré en el reloj del tiempo que no pasa
La marea me dejó islas inundadas
Donde atrapar con mi red una historia de piratas
La marea me dejó la piel cuarteada
La miel en los labios
Las piernas enterradas
La marea me dejó la piel cuarteada
La miel en los labios
Las piernas enterradas
La marea me dejó aromas de un barco
Algas tejidas en forma de desengaño
La marea me dejó unas conchas sin nombre
Con que el niño hace un collar de un alfabeto que no entiende el hombre
La marea me dejó la piel cuarteada
La miel en los labios
Las piernas enterradas
La marea me dejó la piel cuarteada
La miel en los labios
Las piernas enterradas
La marea me dejó cangrejos alados
Burbujas de hielo y un libro en blanco
La marea me dejó los versos borrados
La tinta, un borrón, un papel mojado
La marea me dejó la piel cuarteada
La miel en los labios
Las piernas enterradas
La marea me dejó la piel cuarteada
La miel en los labios
Las piernas enterradas
De Getijden
De getijden lieten me zilveren zand
Dat ik zal leggen in de klok van de tijd die niet verstrijkt
De getijden lieten me overstroomde eilanden
Waar ik met mijn net een piratenverhaal kan vangen
De getijden lieten me een gescheurde huid
De honing op mijn lippen
Mijn benen begraven
De getijden lieten me een gescheurde huid
De honing op mijn lippen
Mijn benen begraven
De getijden lieten me geuren van een schip
Zeewier geweven in de vorm van teleurstelling
De getijden lieten me naamloze schelpen
Waarmee het kind een ketting maakt van een alfabet dat de mens niet begrijpt
De getijden lieten me een gescheurde huid
De honing op mijn lippen
Mijn benen begraven
De getijden lieten me een gescheurde huid
De honing op mijn lippen
Mijn benen begraven
De getijden lieten me gevleugelde krabben
IJsbubbels en een blanco boek
De getijden lieten me de verzen gewist
De inkt, een vlek, een nat papier
De getijden lieten me een gescheurde huid
De honing op mijn lippen
Mijn benen begraven
De getijden lieten me een gescheurde huid
De honing op mijn lippen
Mijn benen begraven
Escrita por: Vetusta Morla, Juan Manuel Latorre