Estadio Chile
Somos cinco mil aquí
En esta pequeña parte la ciudad
Somos cinco mil
¿Cuántos somos en total
En las ciudades y en todo el país?
Somos aquí
Diez mil manos que siembran
Y hacen andar las fábricas
Cuánta humanidad
Con hambre, frío, pánico, dolor
Presión moral, terror y locura
Seis de los nuestros se perdieron
En el espacio de las estrellas
Un muerto, un golpeado como jamás creí
Se podría golpear a un ser humano
Los otros cuatro quisieron quitarse
Todos los temores
Uno saltando al vacío
Otro golpeándose la cabeza contra un muro
Pero todos con la mirada fija de la muerte
¡Qué espanto causa el rostro del fascismo!
Llevan a cabo sus planes con precisión artera
Sin importarles nada
La sangre para ellos son medallas
La matanza es un acto de heroísmo
¿Es este el mundo que creaste, Dios mío?
¿Para esto tus siete días de asombro y de trabajo?
En estas cuatro murallas sólo existe un número
Que no progresa
Que lentamente querrá la muerte
Pero de pronto me golpea la consciencia
Y veo esta marea sin latido
Pero con el pulso de las máquinas
Y los militares mostrando su rostro de matrona
Llena de dulzura
¿Y México, Cuba y el mundo?
¡Qué griten esta ignominia!
Somos diez mil manos
Que no producen
¿Cuántos somos en toda la patria?
La sangre del compañero presidente
Golpea más fuerte que bombas y metrallas
Así golpeará nuestro puño nuevamente
Canto, qué mal me sales
Cuando tengo que cantar espanto
Espanto como el que vivo
Como el que muero, espanto
De verme entre tantos y tantos
Momentos de infinito
En que el silencio y el grito
Son las metas de este canto
Lo que nunca vi
Lo que he sentido y lo que siento
Hará brotar el momento
Estadio Chili
We zijn hier met vijfduizend
In dit kleine deel van de stad
We zijn vijfduizend
Hoeveel zijn we in totaal
In de steden en in het hele land?
We zijn hier
Tienduizend handen die zaaien
En de fabrieken laten draaien
Zoveel menselijkheid
Met honger, kou, paniek, pijn
Morele druk, terror en waanzin
Zes van ons zijn verloren
In de ruimte van de sterren
Een dode, een geslagen zoals ik nooit geloofde
Dat je een mens kon slaan
De andere vier wilden zich ontdoen van
Al hun angsten
Eén springt in de leegte
Een ander slaat zijn hoofd tegen een muur
Maar allemaal met de dodelijke blik
Wat een angst roept het gezicht van het fascisme op!
Ze voeren hun plannen uit met slinkse precisie
Zonder zich iets aan te trekken
Bloed is voor hen medailles
De slachting is een daad van heldendom
Is dit de wereld die je hebt gecreëerd, mijn God?
Voor dit jouw zeven dagen van verbazing en werk?
In deze vier muren bestaat alleen een getal
Dat niet vooruitgaat
Dat langzaam de dood wil
Maar plotseling slaat de bewustzijn me
En ik zie deze getijden zonder hartslag
Maar met de puls van de machines
En de militairen tonen hun gezicht van een moeder
Vol zoetheid
En Mexico, Cuba en de wereld?
Laat ze deze schande schreeuwen!
We zijn tienduizend handen
Die niet produceren
Hoeveel zijn we in het hele vaderland?
Het bloed van de president
Slaat harder dan bommen en kogels
Zo zal onze vuist opnieuw slaan
Ik zing, wat slecht gaat het me af
Wanneer ik angst moet zingen
Angst zoals ik leef
Zoals ik sterf, angst
Om mezelf te zien tussen zoveel en zoveel
Momenten van oneindigheid
Waarin de stilte en de schreeuw
De doelen zijn van dit lied
Wat ik nooit heb gezien
Wat ik heb gevoeld en wat ik voel
Zal het moment doen opbloeien