Dos pueden ser la eternidad
Tomaron el camino de la estación
tenían todo bien hablado
el veneno señalado
La luna vigilante les comprendió
a veces no se tienen ganas
de luchar contra fantasmas
Los amantes se encadenan
en silencio a las estrellas
sus cenizas son los restos del amor
Tomaron el camino y nadie les vio
tú conmigo, yo contigo
no hacen falta más testigos
El reino del silencio les envolvió
se abrazan sin decirse nada
la impotencia en la mirada
Los amantes se encadenan...
Dos que se atrevieron a saltar, dos asomándose al final
Dos que se volvieron a encontrar donde sólo hay oscuridad
Dos pueden ser la eternidad
¡Si hubiéramos sabido! ¡Nadie pensó!
Se agolpan breves las palabras
todos saben cuánto callan
Les dieron tierra juntos y alrededor
el odio antiguo les abrasa
caminando hacia sus casas
Los amantes se encadenan
en silencio a las estrellas
sus cenizas son los restos del amor
Dos que se atrevieron a saltar... (Bis)
Twee kunnen de eeuwigheid zijn
Ze namen de weg naar het station
hadden alles goed besproken
het vergif was gemarkeerd
De waakzame maan begreep hen
soms heb je geen zin
om te vechten tegen spoken
De geliefden ketenen zich
in stilte aan de sterren
hun as zijn de resten van de liefde
Ze namen de weg en niemand zag hen
jij met mij, ik met jou
geen andere getuigen nodig
Het koninkrijk van de stilte omhulde hen
ze omhelzen zonder iets te zeggen
de machteloosheid in hun blik
De geliefden ketenen zich...
Twee die durfden te springen, twee die naar het einde kijken
Twee die elkaar weer vonden waar alleen duisternis is
Twee kunnen de eeuwigheid zijn
Als we het maar geweten hadden! Niemand dacht eraan!
De woorden stromen kort samen
degene die zwijgen, dat weet iedereen
Ze kregen samen de aarde en eromheen
het oude haat brandt hen
teruglopend naar hun huizen
De geliefden ketenen zich
in stilte aan de sterren
hun as zijn de resten van de liefde
Twee die durfden te springen... (Herhaling)