Los Campanilleros
En los campos de mi Andalucía
Los campanilleros en la madruga
Me despiertan con sus campanillas
Y con su guitarra me hacen llorar
Me hacen llorar
Me despiertan con sus campanillas
Y con su guitarra me hacen llorar
Los gitanos que van por el monte
Cantando y bailando al amanecer
Van tocando tambores, panderos
Cantándole coplas al niño de Dios
Y con devoción
Cantándole coplas al niño de Dios
En la noche, de la Nochebuena
Bajo las estrellas de la madruga
Los pastores con sus campanillas
Adoran al niño que ha nacido ya
Que ha nacido ya
Los pastores con sus campanillas
Adoran al niño que ha nacido ya
En los campos de mi Andalucía
Los campanilleros en la madruga
Me despiertan con sus campanillas
Adorando al niño que ha nacido ya
Que ha nacido ya
Me despiertan con sus campanillas
Adorando al niño que ha nacido ya
Que ha nacido ya
Me despiertan con sus campanillas
Adorando al niño que ha nacido ya
De Klokkenluiders
In de velden van mijn Andalusië
De klokkenluiders in de vroege ochtend
Waken me met hun belletjes
En met hun gitaar laten ze me huilen
Laten me huilen
Waken me met hun belletjes
En met hun gitaar laten ze me huilen
De zigeuners die door de bergen gaan
Zingen en dansen bij zonsopgang
Ze spelen op trommels, tamboerijnen
Zingen liederen voor het kind van God
En met devotie
Zingen liederen voor het kind van God
In de nacht van Kerstavond
Onder de sterren van de vroege ochtend
De herders met hun belletjes
Eren het kind dat al geboren is
Dat al geboren is
De herders met hun belletjes
Eren het kind dat al geboren is
In de velden van mijn Andalusië
De klokkenluiders in de vroege ochtend
Waken me met hun belletjes
Eren het kind dat al geboren is
Dat al geboren is
Waken me met hun belletjes
Eren het kind dat al geboren is
Dat al geboren is
Waken me met hun belletjes
Eren het kind dat al geboren is
Escrita por: Francisco Jimenez