Soneto de Fidelidade
De tudo, ao meu amor serei atento
Antes, e com tal zelo, e sempre, e tanto
Que mesmo em face do maior encanto
Dele se encante mais meu pensamento
Quero vivê-lo em cada vão momento
E em seu louvor hei de espalhar meu canto
E rir meu riso e derramar meu pranto
Ao seu pesar ou seu contentamento
E assim, quando mais tarde me procure
Quem sabe a morte, angústia de quem vive
Quem sabe a solidão, fim de quem ama
Eu possa me dizer do amor (que tive)
Que não seja imortal, posto que é chama
Mas que seja infinito enquanto dure
Sonnet van Trouw
Voor alles, zal ik mijn liefde trouw zijn
Altijd, met zoveel zorg, en steeds, en zo veel
Dat zelfs in het aangezicht van de grootste betovering
Mijn gedachten nog meer door hem betoverd worden
Ik wil hem leven in elk voorbijgaand moment
En in zijn eer zal ik mijn lied verspreiden
En lachen met mijn lach en mijn tranen laten vloeien
Bij zijn verdriet of zijn blijdschap
En zo, wanneer hij later naar me zoekt
Wie weet de dood, de angst van wie leeft
Wie weet de eenzaamheid, het einde van wie liefheeft
Kan ik mezelf vertellen over de liefde (die ik had)
Die niet onsterfelijk is, hoewel het een vlam is
Maar die oneindig mag zijn zolang het duurt
Escrita por: Vinícius de Moraes