Ai, Quem Me Dera
Ai, quem me dera terminasse a espera
Retornasse o canto simples e sem fim
E ouvindo o canto se chorasse tanto
Que do mundo o pranto se estancasse enfim
Ai, quem me dera ver morrer a fera
Ver nascer o anjo, ver brotar a flor
Ai, quem me dera uma manhã feliz
Ai, quem me dera uma estação de amor
Ah, se as pessoas se tornassem boas
E cantassem loas e tivessem paz
E pelas ruas se abraçassem nuas
E duas a duas fossem casais
Ai, quem me dera ao som de madrigais
Ver todo mundo para sempre afim
E a liberdade nunca ser demais
E não haver mais solidão ruim
Ai, quem me dera ouvir o nunca-mais
Dizer que a vida vai ser sempre assim
E, finda a espera, ouvir na primavera
Alguém chamar por mim
Ai, Wie Zou Dat Kunnen
Ai, wie zou dat kunnen de wacht beëindigen
De simpele en eindeloze zang terugbrengen
En terwijl ik de zang hoor zo veel huilen
Dat de wereld zijn tranen eindelijk stopt
Ai, wie zou dat kunnen de beest zien sterven
De engel zien geboren worden, de bloem zien bloeien
Ai, wie zou dat kunnen een blije ochtend geven
Ai, wie zou dat kunnen een seizoen van liefde geven
Ah, als mensen goed zouden worden
En lofzangen zouden zingen en vrede zouden hebben
En op straat naakt elkaar zouden omhelzen
En twee aan twee koppels zouden zijn
Ai, wie zou dat kunnen bij de klanken van madrigalen
Iedereen voor altijd samen zien
En de vrijheid nooit te veel zijn
En geen slechte eenzaamheid meer hebben
Ai, wie zou dat kunnen horen dat het nooit meer is
Zeggen dat het leven altijd zo zal zijn
En, als de wacht voorbij is, in de lente horen
Iemand die mijn naam roept
Escrita por: Toquinho, Vinicius de Moraes