El Colibrí
Yo conocí una vez a un colibrí
Que estornudaba con las flores
Se Intoxicaba cuando iba al jardín
Y le mareaban sus olores.
Azucenas y Vicarias
le causaban urticaria
Los Jazmines y Azahares
Problemas estomacales.
Al colibrí de tanto estornudar
Se le puso el piquito rojo
No pudo más y decidió emigrar
Con una lágrima en los ojos.
Hizo un día sus maletas
Y se fue de las violetas
De su colibrí mamá
A vivir a la ciudad.
En un apartamento
Gris y todo de cemento.
El colibrí dejo de estornudar
Pero andaba deprimido
Volando solo por una ciudad,
Sin ningún rostro conocido.
Una vida sin colores,
Sin jardines y sin flores.
El creyó que se moría,
Cuando entro a una librería.
El colibrí de pronto imaginó
Que eran los libros como flores
De muchos pétalos y se asomó
A un mundo lleno de colores.
Y voló hasta el horizonte,
Por praderas y por montes,
Y las flores al pasar
No lo hacían estornudar.
Y tanto pudo ver
Que quiso y aprendió a leer
Entre los libros iba el colibrí
Con su piquito investigando
Sin darse cuenta como en un jardín
Los textos fue polimisando.
Y cruzó la geografía
Con la trigonometría,
Luego la filosofía
La lleno de poesía.
Nacieron libros con una visión
Distinta del conocimiento
Se coloreaba la imaginación
Y florecía el pensamiento.
Todo se iba intercambiando
Y la vida transformando
Y la gente que leía
Poco a poco comprendía.
Y el mundo fue feliz
Y todo por un colibrí.
De Kolibrie
Ik ontmoette eens een kolibrie
Die met de bloemen niesde
Hij raakte bedwelmd als hij naar de tuin ging
En de geuren maakten hem duizelig.
Lelies en Vicarissen
Gaven hem netelroos
De Jasmijnen en Sinaasappelbloesems
Gaven hem maagproblemen.
Door het vele niezen
Kreeg de kolibrie een rode snavel
Hij kon niet meer en besloot te emigreren
Met een traan in zijn ogen.
Op een dag maakte hij zijn koffers
En vertrok van de viooltjes
Van zijn kolibrie mama
Om in de stad te gaan wonen.
In een appartement
Grijs en helemaal van beton.
De kolibrie stopte met niezen
Maar hij was depressief
Vliegend alleen door een stad,
Zonder een bekend gezicht.
Een leven zonder kleuren,
Zonder tuinen en zonder bloemen.
Hij dacht dat hij doodging,
Toen hij een boekwinkel binnenliep.
De kolibrie stelde zich plots voor
Dat boeken als bloemen waren
Met veel bloemblaadjes en hij keek
In een wereld vol kleuren.
En hij vloog naar de horizon,
Over weiden en bergen,
En de bloemen die hij passeerde
Lieten hem niet niezen.
En zoveel kon hij zien
Dat hij wilde en leerde lezen
Tussen de boeken ging de kolibrie
Met zijn snavel onderzoekend
Zonder te beseffen hoe in een tuin
Hij de teksten aan het polimiseren was.
En hij doorkruiste de geografie
Met de trigonometrie,
Daarna de filosofie
Vulde hij met poëzie.
Er kwamen boeken met een visie
Anders dan kennis
De verbeelding kleurde zich
En het denken bloeide op.
Alles werd uitgewisseld
En het leven getransformeerd
En de mensen die lazen
Begrepen beetje bij beetje.
En de wereld werd gelukkig
En dat alles door een kolibrie.