395px

Avergonzado

Walter Evenepoel

Beschaamd

Twee flinke, lieve kinderen en een wonder van een vrouw
Een huis midden in 't groen, zoals je 't eigenlijk altijd wou
Een betrekking in een kleine stad, ver van het druk geraas
Een stel toffe collega's en een voorbeeld van een baas
De tafel elke dag gedekt met groenten uit de tuin
Met ovenverse verse broden, eentje wit en eentje bruin
Op zondag na de middag een fles wijn en krentenkoek
En om de twee, drie weken goede vrienden op bezoek

En dan op een avond zit je knus voor de buis
En ze tonen de vreselijkste dingen
Je ziet de honger in dat doodarme land
En je denkt: "God, wat kan het me schelen?"
Maar dan zie je plots in de blik van zo'n kind
Je eigen zoon naar je kijken
Je vrouw en je kinderen in een hels labyrint
Tussen stervende mensen en lijken

Hoe durf ik nog te lachen na het zien van zo'n pijn
Ben ik niet beschaamd om gelukkig te zijn
Ben ik niet beschaamd om gelukkig te zijn

De lucht hangt vol gefladder, alle botten lopen uit
Mijn buurman knipt de haag terwijl hij naar de lente fluit
De tulpen en narcissen staan te blinken in de zon
En ergens in de verte maait al iemand zijn gazon
Het daslook staat te pronken tussen ander geurend kruid
En zelfs de norse kater trekt een vriendelijke snuit
Een merel op de vensterbank komt trippelend voorbij
En 'k zing mijn eerste liedje op de glorie van de mei

Maar dan duw je mij de krant in mijn hand
En je toont me de vreselijke beelden
Ik lees hoe de haat in dat prachtige land
Hele dorpen en families verdeelde
En ik zie hoe op nog geen dagreis van hier
Er geen spraak is van lente of voorjaar
Hoe vrouwen en kinderen door kanon of mortier
Worden verminkt in de straten van Mostar
Hoe durf ik nog te lachen na het zien van zo'n pijn
Ben ik niet beschaamd om gelukkig te zijn
Ben ik niet beschaamd om gelukkig te zijn

Een mandje in de hand, lopen de kinderen door het gras
Terwijl jij hen staat aan te wijzen vanaf het terras
Ze zoeken in het tuinhuis en tot in het kippenhok
Want je weet maar nooit waar ze haar eitjes legt, die malle klok
Het mandje vol konijntjes in gekleurde chocola
Zo komen ze gelopen en je telt de buit eens na
Ik zie het groot geluk in het bruin en in het blauw
En groter nog misschien wel in die ogen van jou

Maar dan komt opeens weer dat boek in je hoofd
En je ziet weer de vreselijke beelden
Hoe de regen de as en de giftige rook
Over akkers en velden verdeelde
Je vreest dat in de wereld van morgen, misschien
Geen spraak is van lente of voorjaar
Hoe voor onze kinderen in tweeduizend-en-tien
De aarde verwoest wordt, onleefbaar
Hoe durf ik nog te lachen na het zien van zo'n pijn
Ben ik niet beschaamd om gelukkig te zijn
Ben ik niet beschaamd om gelukkig te zijn

Twee flinke lieve kinderen en een wonder van een vrouw
Een huis midden in 't groen, zoals je 't eigenlijk altijd wou
Maar elke avond is er ongetwijfeld weer die pijn
Beschaamd om te lachen, om gelukkig te zijn

Avergonzado

Dos niños valientes y amorosos y una mujer maravillosa
Una casa en medio del verde, como siempre quisiste
Un trabajo en una pequeña ciudad, lejos del bullicio
Un grupo de colegas geniales y un jefe ejemplar
La mesa siempre servida con verduras del jardín
Con panes recién horneados, uno blanco y otro moreno
Los domingos por la tarde una botella de vino y pastel de pasas
Y cada dos o tres semanas, buenos amigos de visita

Y luego una noche acogedora frente al televisor
Y muestran las cosas más terribles
Ves el hambre en ese país tan pobre
Y piensas: 'Dios, ¿qué me importa?'
Pero luego ves de repente en la mirada de un niño
A tu propio hijo mirándote
Tu mujer y tus hijos en un laberinto infernal
Entre personas muriendo y cadáveres

¿Cómo me atrevo a reír después de ver tanto dolor?
¿No debería estar avergonzado de ser feliz?
¿No debería estar avergonzado de ser feliz?

El aire está lleno de aleteos, todos los huesos brotan
Mi vecino recorta el seto mientras silba a la primavera
Los tulipanes y narcisos brillan bajo el sol
Y en algún lugar a lo lejos, alguien corta su césped
El ajo silvestre se destaca entre otras hierbas perfumadas
E incluso el malhumorado gato muestra una cara amigable
Un mirlo en el alféizar pasa trotando
Y canto mi primera canción sobre la gloria de mayo

Pero luego me entregas el periódico en la mano
Y me muestras las imágenes terribles
Leo cómo el odio en ese hermoso país
Dividió pueblos y familias enteras
Y veo cómo a menos de un día de viaje desde aquí
No hay rastro de primavera o verano
Cómo mujeres y niños son mutilados en las calles de Mostar
¿Cómo me atrevo a reír después de ver tanto dolor?
¿No debería estar avergonzado de ser feliz?
¿No debería estar avergonzado de ser feliz?

Con una canasta en la mano, los niños corren por el pasto
Mientras tú los señalas desde la terraza
Buscan en el cobertizo y hasta en el gallinero
Porque nunca sabes dónde pondrá sus huevos esa loca gallina
La canasta llena de conejitos de chocolate de colores
Así que vienen corriendo y cuentas la cosecha
Veo la gran felicidad en el marrón y en el azul
Y quizás aún más grande en esos ojos tuyos

Pero de repente vuelve ese libro a tu mente
Y vuelves a ver las imágenes terribles
Cómo la lluvia esparce las cenizas y el humo tóxico
Dividiendo campos y tierras
Temes que en el mundo de mañana, quizás
No haya rastro de primavera o verano
Cómo para nuestros hijos en el dos mil diez
La tierra sea destruida, inhabitable
¿Cómo me atrevo a reír después de ver tanto dolor?
¿No debería estar avergonzado de ser feliz?
¿No debería estar avergonzado de ser feliz?

Dos niños valientes y amorosos y una mujer maravillosa
Una casa en medio del verde, como siempre quisiste
Pero cada noche sin duda vuelve ese dolor
Avergonzado de reír, de ser feliz

Escrita por: