Het erfje in Banjoewangi
Op een erfje met wat bomen
Stond een woning, laag van bouw
In de propere vertrekken
Woonde een oude, wijze vrouw
In de jaren der verstoting
Om het bloed van vaders kant
Zijn de kinderen vertrokken
Ver van hun geboorteland
En zij namen bij het heengaan
Omdat het niet anders kon
Afscheid van het kleine erfje
In de warme tropenzon
Op dat erfje, met wat bomen
Dat zoveel vertellen kan
Bleef zij trouw aan eigen bodem
En de rustplaats van haar man
In die aarde die hij liefhad
Waar hij werk en vrede vond
Rustte hij, met wie het leven
Haar tot in de dood verbond
Op dat erfje, met wat bomen
Dat zoveel vertellen kan
Bleef zij trouw aan eigen bodem
En de rustplaats van haar man
The Yard in Banjoewangi
In a yard with some trees
Stood a house, low and small
In the tidy rooms
Lived an old, wise woman
In the years of exile
From the bloodline of her father
The children had left
Far from their homeland
And they took with them when they left
Because there was no other way
Farewell to the little yard
In the warm tropical sun
In that yard, with some trees
That has so much to tell
She remained true to her own land
And the resting place of her man
In that earth that he loved
Where he found work and peace
He rested, with whom life
Bound her until death
In that yard, with some trees
That has so much to tell
She remained true to her own land
And the resting place of her man