395px

Mi Jesús es un judío

Willem Vermandere

Mijne Jezus is nen jood

Mijne Jezus is ne jood en mijnen auto Japannees,
mijnen hoed is nen tiroler en mijn vest is Canadees,
'k eet spagetti uit Italië en uit de Wolga kaviaar,
mijne koffie uit Brazilië, mijn kalebasse uit Zanzibar.

Daarom zingen w' al maar meer, zingt heel Vlaanderen dit refrein,dat er hier vele, veel te vele, te veel vreemdelingen zijn.

Mijn koekoeksklok uit Zwitserland, mijn broek uit Bangladesh,mijnen trommel komt uit Korea, mijn sandalen uit Marrakesj,en Arabisch zijn mijn cijfers, maar Latijn mijn alfabet,onze mythes Babylonisch, joods en Grieks van A tot Zet.

W' eten vijgen uit Turkije en bananen uit Kameroen,
mijne voetbal komt uit China, 'k kocht ne velo in Moeskroen,onze zalm vers uit de fjorden en uit Bourgogne onze wijn,onze whisky komt uit Schotland, witte bonen van Albert Heijn.

Mijn servies komt uit de Xenos en uit Ikea den dressoir, mijne laptop komt van Taiwan, van de C&A mijnen peignoir,'t ebbenhout van mijn klarinette uit het donkere Afrika en 'k zou geiren nog ne keer trouwen met een meisk' uit Zambia.

En den djembé komt uit Kongo, uit Australië den boemerang, den balalaika recht uit Moskou en uit Rome ons kerkgezang, mijn gitare is Arabisch, Spaans model, made in Japan,en mijn nieuw katoenen hemdje komt recht uit Oezbekistan.

W' eten dadels uit Tunesië en straffe peper uit Senegal, kan Sint-Sixtus ons niet helpen, drinken w' hier dus maar Orval, kokosnoten uit Ivoorkust, zoete mangos uit Bangui en patatten uit Patagonië, en couscous uit Tripoli.

Onze poetsvrouw komt uit Polen, onzen tuinman is nen Brit, onze kok komt recht uit Hongkong, uit Sinaai den babysit, de verpleegster draagt nen hoofddoek, de kinesist dat is ne Moor, onzen dokter komt uit India en uit Kinshasa meneer pastoor.

Onzen trainer is van Kroatië, den beste spits is Braziliaan en de rest, al de tien andere, één voor één Ivoriaan, we zijn fier te meugen zingen, absoluut ongegeneerd, lang lang leve onze koning, uit Saxen Coburg g'importeerd.

Mi Jesús es un judío

Mi Jesús es un judío y mi auto japonés,
mi sombrero es tirolés y mi chaleco canadiense,
como espaguetis de Italia y caviar del Volga,
mi café de Brasil, mi calabaza de Zanzíbar.

Por eso cantamos cada vez más, canta toda Flandes este estribillo,
que aquí hay muchos, demasiados, demasiados extranjeros.

Mi reloj de cuco es suizo, mis pantalones de Bangladesh,
mi tambor viene de Corea, mis sandalias de Marrakech,
árabes son mis números, pero latín mi alfabeto,
nuestros mitos babilónicos, judíos y griegos de la A a la Z.

Comemos higos de Turquía y plátanos de Camerún,
mi balón viene de China, compré una bicicleta en Mouscron,
nuestro salmón fresco de los fiordos y de Borgoña nuestro vino,
nuestro whisky viene de Escocia, frijoles blancos de Albert Heijn.

Mi vajilla es de Xenos y de Ikea el aparador, mi laptop es de Taiwán, de C&A mi bata,
el ébano de mi clarinete viene del oscuro África y me gustaría casarme de nuevo con una chica de Zambia.

Y el djembé viene de Congo, de Australia el bumerán,
la balalaika directamente de Moscú y de Roma nuestro canto religioso,
mi guitarra es árabe, modelo español, hecha en Japón,
y mi nueva camisa de algodón viene directamente de Uzbekistán.

Comemos dátiles de Túnez y pimienta fuerte de Senegal,
Si Sint-Sixtus no puede ayudarnos, aquí bebemos Orval,
cocos de Costa de Marfil, mangos dulces de Bangui,
papas de la Patagonia y cuscús de Trípoli.

Nuestra limpiadora viene de Polonia, nuestro jardinero es británico,
nuestro cocinero viene directamente de Hong Kong, de Sinaai la niñera,
la enfermera lleva un pañuelo en la cabeza, el fisioterapeuta es moro,
nuestro médico viene de la India y de Kinshasa el señor cura.

Nuestro entrenador es de Croacia, el mejor delantero es brasileño
y el resto, los otros diez, uno por uno, marfileño,
nos enorgullece poder cantar, absolutamente sin vergüenza,
larga vida a nuestro rey, importado de Sajonia Coburgo.

Escrita por: