Tuna
Gökte bulut yok söğütler yağmurlu
Tunaya rastladım akıyor çamurlu
Hey Hikmetin oğlu Hikmetin oğlu
Tunanın suyu olaydın
Kara ormandan geleydin
Karadenize döküleydin
Mavileşeydin mavileşeydin geçeydin
Boğaz içinden
Başında İstanbul havası
Çarpaydın Kadıköyden iskelesine
Çarpaydın çırpınaydın
Vapura binerken Memetle anası
Tonijn
Geen wolken aan de lucht, de wilgen zijn nat
Ik kwam de tonijn tegen, het stroomt modderig
Hé, zoon van Hikmet, zoon van Hikmet
Was je maar het water van de tonijn
Dat je uit het donkere bos kwam
En in de Zwarte Zee stroomde
Dat je blauw werd, blauw werd, en doorging
Door de Bosporus heen
Met de lucht van Istanbul om je hoofd
Je zou Kadıköy’s haven raken
Je zou stoten, je zou spartelen
Terwijl je met Memet en zijn moeder de boot opging.