Un Ramito de Violetas
Era feliz en su matrimonio
Aunque su marido era el mismo demonio
Tenía el hombre un poco de mal genio
Ella se quejaba de que nunca fue tierno
Desde hace ya más de tres años
Recibe cartas de un extraño
Cartas llenas de poesía
Que le han devuelto la alegría
¿Quién te escribía a ti versos?
Dime, niña, quién era
Te mandaba flores en primavera
Cada nueve de noviembre
Como siempre sin tarjeta
Te mandaba un ramito de violetas
A veces sueña ella y se imagina
Cómo será aquel que a ella tanto la estima
Será más bien hombre de pelo cano
Sonrisa abierta y ternura en sus manos
Quién será quien sufre en silencio
Quién puede ser su amor secreto
Ella que no sabe nada
Mira a su marido y luego se calla
¿Quién te escribía a ti versos?
Dime, niña, quién era
Te mandaba flores en primavera
Cada nueve de noviembre
Como siempre sin tarjeta
Te mandaba un ramito de violetas
En cada tarde al volver su esposo
Cansado del trabajo va y la mira de reojo
No dice nada porque lo sabe todo
Ella es así, feliz de cualquier modo
Pues él es quien le escribe versos
Él es su amante, su amor secreto
Ella que no sabe nada
Mira a su marido y luego se calla
¿Quién te escribía a ti versos?
Dime, niña, quién era
Te mandaba flores en primavera
Cada nueve de noviembre
Como siempre sin tarjeta
Te mandaba un ramito de violetas
Een Bosje Viooltjes
Ze was gelukkig in haar huwelijk
Hoewel haar man de duivel zelf was
Die man had een beetje een slecht humeur
Ze klaagde dat hij nooit teder was
Al meer dan drie jaar
Ontvangt ze brieven van een vreemde
Brieven vol poëzie
Die haar de vreugde hebben teruggegeven
Wie schreef jou die verzen?
Zeg het me, meisje, wie was het?
Hij stuurde je bloemen in de lente
Elke negen november
Altijd zonder kaartje
Stuurde hij je een bosje viooltjes
Soms droomt ze en stelt zich voor
Hoe zal hij zijn, die zoveel om haar geeft?
Zal het een man zijn met grijs haar?
Een open glimlach en tederheid in zijn handen
Wie is degene die in stilte lijdt?
Wie kan haar geheime liefde zijn?
Zij die niets weet
Kijkt naar haar man en zwijgt dan
Wie schreef jou die verzen?
Zeg het me, meisje, wie was het?
Hij stuurde je bloemen in de lente
Elke negen november
Altijd zonder kaartje
Stuurde hij je een bosje viooltjes
Elke middag als haar man terugkomt
Moegestreden van het werk, kijkt hij haar schuin aan
Hij zegt niets omdat hij alles weet
Zij is zo, gelukkig op haar eigen manier
Want hij is degene die haar verzen schrijft
Hij is haar minnaar, haar geheime liefde
Zij die niets weet
Kijkt naar haar man en zwijgt dan
Wie schreef jou die verzen?
Zeg het me, meisje, wie was het?
Hij stuurde je bloemen in de lente
Elke negen november
Altijd zonder kaartje
Stuurde hij je een bosje viooltjes