395px

In Mijn Straat

Zaz

Dans Ma Rue

J'habite un coin du vieux Montmartre
Mon père rentre soûl tous les soirs
Et pour nous nourrir tous les quatre
Ma pauvr' mére travaille au lavoir
Moi j'suis malade, je reste à ma fenêtre
Je r'garde passer les gens d'ailleurs
Quand le jour vient à disparaître
Il y a des choses qui me font un peu peur

Dans Ma Rue il y a des gens qui s' promènent
J'les entends chuchoter dans la nuit
Quand je m'endors bercée par une rengaine
J'suis soudain réveillée par des cris
Des coups d'sifflet, des pas qui traînent, qui vont et viennent
Puis le silence qui me fait froid dans tout le coeur

Dans Ma Rue il y a des ombres qui s' promènent
Et je tremble et j'ai froid et j'ai peur

Mon père m'a dit un jour: La fille
Tu ne vas pas rester là sans fin
T'es bonn' à rien, ça c'est d'famille
Faudrait voir à gagner ton pain
Les hommes te trouvent plutôt jolie
Tu n'auras qu'à sortir le soir
Il y'a bien des femmes qui gagnent leur vie
En "s' balladant sur le trottoir"

Dans Ma Rue il y a des femmes qui s' promènent
J'les entends fredonner dans la nuit
Quand je m'endors bercée par une rengaine
J'suis soudain réveillée par des cris
Des coups d'sifflet, des pas qui traînent, qui vont et viennent
Puis le silence qui me fait froid dans tout le coeur

Dans Ma Rue il y a des femmes qui s' promènent
Et je tremble et j'ai froid et j'ai peur

Et depuis des semaines et des semaines
J'ai plus d' maison, j'ai plus d'argent
J' sais pas comment les autres s'y prennent
Mais j'ai pas pu trouver d' client
J'demande l'aumône aux gens qui passent
Un morceau d' pain, un peu d' chaleur
J'ai pourtant pas beaucoup d'audace
Maintenant c'est moi qui leur fait peur

Dans Ma Rue tous les soirs je m' promène
On m'entend sangloter dans la nuit
Quand le vent jette au ciel sa rengaine
Tout mon corps est glacé par la pluie

Mais je n' peux plus, j'attends sans cesse que le bon Dieu vienne
Pour m'inviter à me réchauffer tout près de Lui

Dans Ma Rue il y a des anges qui m'emmènent
Pour toujours mon cauchemar est fini

In Mijn Straat

Ik woon in een hoek van het oude Montmartre
Mijn vader komt elke avond dronken thuis
En om ons vier te voeden
Werkt mijn arme moeder in de wasplaats
Ik ben ziek, ik blijf bij mijn raam
Ik kijk naar de mensen die voorbijgaan
Wanneer de dag verdwijnt
Zijn er dingen die me een beetje bang maken

In Mijn Straat zijn er mensen die rondwandelen
Ik hoor ze fluisteren in de nacht
Wanneer ik in slaap val, wiegend door een deuntje
Word ik plotseling wakker door geschreeuw
Fluitjes, voetstappen die slepen, die komen en gaan
Dan de stilte die me koud maakt in mijn hele hart

In Mijn Straat zijn er schaduwen die rondwandelen
En ik tril, ik heb het koud en ik ben bang

Mijn vader zei op een dag: Meisje
Je kunt hier niet eindeloos blijven
Je bent goed voor niets, dat zit in de familie
Je moet zien je brood te verdienen
De mannen vinden je best mooi
Je hoeft alleen maar 's avonds naar buiten te gaan
Er zijn genoeg vrouwen die hun brood verdienen
Door 's avonds op de stoep te wandelen

In Mijn Straat zijn er vrouwen die rondwandelen
Ik hoor ze neuriën in de nacht
Wanneer ik in slaap val, wiegend door een deuntje
Word ik plotseling wakker door geschreeuw
Fluitjes, voetstappen die slepen, die komen en gaan
Dan de stilte die me koud maakt in mijn hele hart

In Mijn Straat zijn er vrouwen die rondwandelen
En ik tril, ik heb het koud en ik ben bang

En sinds weken en weken
Heb ik geen huis meer, ik heb geen geld
Ik weet niet hoe de anderen het doen
Maar ik heb geen klant kunnen vinden
Ik vraag om aalmoes aan de mensen die voorbijgaan
Een stuk brood, een beetje warmte
Ik heb toch niet veel durf
Nu ben ik degene die hen bang maakt

In Mijn Straat wandel ik elke avond
Je hoort me snikken in de nacht
Wanneer de wind zijn deuntje naar de lucht gooit
Is mijn hele lichaam bevroren door de regen

Maar ik kan niet meer, ik wacht eindeloos dat de goede God komt
Om me uit te nodigen om me dichtbij Hem op te warmen

In Mijn Straat zijn er engelen die me meenemen
Voor altijd is mijn nachtmerrie voorbij

Escrita por: Jacques Datin