395px

Taberna de Ámsterdam

Adele Bloemendaal

Amsterdamse kroeg

refr.:
Ik hou zo van een oude Amsterdamse kroeg
Die diepe bedstee in het veilig vaderhuis
Hier is het 's winters warm en 's zomers pluis
Hier krijg je vaak te veel en nooit genoeg

Ik hou zo van de plompe Nederlandse mannen
Die, ernstig drinkend diepe onzin zeggen
En met een vage glimlach weten uit te leggen
Waarom zij door het leven zijn verbannen

Ik hou zo van de zware moederloze kastelein
Die met de blik van een verschopte herdershond
Het kleine glas tilt naar zijn grote mond
Hij is mijn trouwe vriend, dat moet hij zijn

refr.

Ik hou zo van de afgetrapte honden
Die roerloos wachten naast des meesters voet
Tot hij uit armoe weer de straat op moet
Met balsem op zijn alledaagse wonden

Ik hou zo van het fonkelende drinken
En het "nou ja", dat in je hart ontluikt
Klein wordt de wereld, als ge wat gebruikt
Omdat de verten in het niets verzinken

Ik hou zo van een Amsterdamse kroeg
En van het zwijgend met gedachten spelen
Alleen het sluitinguur, voor mij en velen
Komt steeds te laat en altijd weer te vroeg

Ik hou zo van een oude Amsterdamse kroeg

Taberna de Ámsterdam

refr.:
Me encanta tanto una antigua taberna de Ámsterdam
Esa profunda alcoba en la segura casa paterna
Aquí es cálido en invierno y acogedor en verano
Aquí a menudo recibes demasiado y nunca es suficiente

Me encanta tanto a los toscos hombres holandeses
Que, bebiendo seriamente, dicen tonterías profundas
Y con una sonrisa vaga logran explicar
Por qué han sido desterrados de la vida

Me encanta tanto al pesado tabernero sin madre
Que con la mirada de un perro pastor maltratado
Levanta el pequeño vaso hacia su gran boca
Él es mi fiel amigo, así debe ser

refr.

Me encanta tanto a los perros desgastados
Que esperan inmóviles junto al pie de su amo
Hasta que por necesidad tenga que volver a la calle
Con bálsamo en sus heridas cotidianas

Me encanta tanto beber brillante
Y el 'bueno', que florece en tu corazón
El mundo se hace pequeño cuando consumes algo
Porque los horizontes se desvanecen en la nada

Me encanta tanto una taberna de Ámsterdam
Y jugar en silencio con pensamientos
Solo la hora de cierre, para mí y muchos
Siempre llega tarde y siempre demasiado temprano

Me encanta tanto una antigua taberna de Ámsterdam

Escrita por: Martin Van Dijk / Simon Carmiggelt