395px

El Buen Viejo Olor

Adele Bloemendaal

Die Goeie Ouwe Geur

Waar is die heerlijke geur van weleer
Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer

Op zaterdagavonden werd in een teil
De schare gereinigd met boender en dweil
De teil zat vol water, maar 't water ging schuil
Onder schubben van zeep en van andermans vuil
Waar een leger van luizen verdwaasd in verdronk
Je was blij dat je leefde en blij dat je stonk

Waar is die heerlijke geur van weleer
Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer

We hadden een handdoek voor 't hele gezin
Je droogde je af en dan snoot je erin
En als dan die handdoek niet natter meer kon
Dan werd ie gewoon weer gedroogd in de zon
En ook door die keiharde handdoek mijn kind
Stonken wij alleen een uur in de wind

Oh waar is die heerlijke geur van weleer
Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer

De school, het kantoor, de fabriek en de bank
't was alles vervuld van een stevige stank
Wij veegden ons gat altijd af met een krant
Wij kenden slechts drukinkt als deodorant
Je had nooit een ziekte, behalve een zweer
Want elke bacil viel bewusteloos neer

Oh waar is die heerlijke geur van weleer
Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer

Bacterien kwamen er nooit in ons huis
Die schrikten wij af met de geur uit ons kruis
Geen virus al was het ook handig en snel
Kwam ooit door de korstige laag op ons fel
Dus wie er de dood onder ogen moest zien
Die was nooit veel jonger dan honderd en tien

Oh waar is die heerlijke geur van weleer
Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer

Oh waar is die heerlijke geur van weleer
Je ziet dan wel mensen, maar je ruikt ze niet meer

El Buen Viejo Olor

¿Dónde está el delicioso olor de antaño?
Ves a la gente, pero ya no los hueles

Los sábados por la noche, en una tina
La multitud se limpiaba con cepillo y trapo
La tina estaba llena de agua, pero el agua se escondía
Bajo escamas de jabón y suciedad ajena
Donde un ejército de piojos se ahogaba aturdido
Estabas feliz de vivir y feliz de apestar

¿Dónde está el delicioso olor de antaño?
Ves a la gente, pero ya no los hueles

Teníamos una toalla para toda la familia
Te secabas y luego te sonabas
Y si la toalla no podía estar más mojada
Simplemente se secaba de nuevo al sol
Y también, a través de esa toalla dura, mi hijo
Solo apestando una hora al viento

Oh, ¿dónde está el delicioso olor de antaño?
Ves a la gente, pero ya no los hueles

La escuela, la oficina, la fábrica y el banco
Todo estaba impregnado de un fuerte olor
Siempre nos limpiábamos el trasero con un periódico
Solo conocíamos la tinta como desodorante
Nunca tenías una enfermedad, excepto una úlcera
Porque cada bacteria caía inconsciente

Oh, ¿dónde está el delicioso olor de antaño?
Ves a la gente, pero ya no los hueles

Las bacterias nunca entraban en nuestra casa
Las asustábamos con el olor de nuestra entrepierna
Ningún virus, por más astuto y rápido que fuera
Nunca atravesaba la costra en nuestra piel
Así que aquellos que enfrentaban la muerte
Nunca eran mucho más jóvenes que ciento diez

Oh, ¿dónde está el delicioso olor de antaño?
Ves a la gente, pero ya no los hueles

Oh, ¿dónde está el delicioso olor de antaño?
Ves a la gente, pero ya no los hueles

Escrita por: Jacques Kloters / Martin Van Dijk