Écailles de Lune (Part II)
Les heures filent, la mer soupire
Sous des astres lointains
Déposés en une pincée d'or
Tremblante sur les houles
Elle ouvre sa danse hypnotique
Et absorbe mon regard décoloré
Telle une âme en suspensio
Je voudrais sans crainte
Disparaître sous le flots
Entendre jaillir des profondeurs
Leur complainte ensorcelée
Elles m'appelleraient de leur royaume
De nacre et d'écailles aigue marine
Pour m'emmener loin des miens
D'un monde qui m'est étranger
Leur tenant la main, lentement
Je voudrais sombrer dans des eaux noires
M'accueillant silencieusement
Dire adieu aux lueurs du matin
Laisser les courants froids
Purifier mes pensées, statufier mes chairs
Pour trouver le sommeil
Tout au fond de l'océan
Schubben van de Maan (Deel II)
De uren verstrijken, de zee zucht
Onder verre sterren
Neergelegd in een snufje goud
Trillend op de golven
Ze opent haar hypnotiserende dans
En absorbeert mijn vervaagde blik
Als een ziel in suspensie
Zou ik zonder angst willen
Verdwijnen onder de golven
Horen opborrelen uit de diepten
Hun betoverde klank
Zij zouden me roepen uit hun rijk
Van parelmoer en aquamarijnschubben
Om me weg te nemen van mijn geliefden
Uit een wereld die vreemd voor me is
Hun hand vasthoudend, langzaam
Zou ik willen zinken in zwart water
Dat me stilletjes verwelkomt
Vaarwel zeggen tegen de ochtendgloren
De koude stromingen laten
Mijn gedachten zuiveren, mijn vlees verstenen
Om de slaap te vinden
Helemaal diep in de oceaan