De blindenkaravaan
Eenzaam door de avond klinkt het luiden van de klok.
Leeg houdt de lucht zijn adem in.
Het is alweer een uur geleden dat de boot vertrok
Over de stroom van de herinnering.
Niemand kan hier iemand vinden.
Hier en daar beweegt het hooi.
Langzaam gaan de deuren open van het gesticht.
Een voor een komen ze uit het gat.
Dan klinkt opeens het hoge teken door het laatste licht
En gaat de lange stoet op pad.
Er is nog steeds geen woord gesproken.
Van alles is nog niets gedaan.
Zie de blinden gaan, door de schemer naar de stroom.
Langzaam aan, de blindenkaravaan, als dieren in een droom,
Als dieren in een droom.
Vooraan lopen de drie honden, dicht tegen elkaar.
De mannen volgen gedwee.
Dan klinkt opeens hun wilde zingen, hakend naar gevaar,
Een lied van verlangen naar de zee.
'Geef ons water, geef ons golven,
geef ons de ruime baan.'
Zie de blinden gaan, door de schemer naar de stroom.
Langzaam aan, de blindenkaravaan, als dieren in een droom,
Als dieren in een droom.
'Geef ons water, geef ons golven,
geef ons stormen, geef ons licht.
Door de zwarte zee verzwolgen,
Geef ons diepte, geef ons zicht.'
Schijnsels spelen op het water met het geheim.
Van achter de struiken komt de stoet.
Het is niet dat ze van hun zingen verlost willen zijn,
Het lijkt veel eerder iets dat moet.
De stilte hangt al in de bomen.
Straks verschijnt de volle maan.
Zie de blinden gaan, door de schemer naar de stroom.
Langzaam aan, de blindenkaravaan, als dieren in een droom,
Als dieren in een droom.
La caravana de los ciegos
Solitario por la noche suena el repicar de la campana.
El aire retiene su aliento.
Ya ha pasado una hora desde que el barco partió
Sobre el flujo del recuerdo.
Nadie puede encontrar a nadie aquí.
Aquí y allá se mueve el heno.
Las puertas del manicomio se abren lentamente.
Uno a uno salen del agujero.
Entonces de repente suena la señal alta a través de la última luz
Y la larga procesión comienza su camino.
Todavía no se ha dicho una palabra.
Nada se ha hecho todavía.
Mira a los ciegos, avanzando hacia el río en la penumbra.
Poco a poco, la caravana de los ciegos, como animales en un sueño,
Como animales en un sueño.
Al frente van los tres perros, juntos.
Los hombres los siguen sumisamente.
Entonces de repente cantan salvajemente, anhelando peligro,
Una canción de anhelo por el mar.
'Danos agua, danos olas,
danos el camino amplio.'
Mira a los ciegos, avanzando hacia el río en la penumbra.
Poco a poco, la caravana de los ciegos, como animales en un sueño,
Como animales en un sueño.
'Danos agua, danos olas,
danos tormentas, danos luz.
Devorados por el mar negro,
Danos profundidad, danos visión.'
Las luces juegan en el agua con el misterio.
La procesión emerge de entre los arbustos.
No es que quieran ser liberados de su canto,
Parece más bien algo que debe ser.
El silencio ya cuelga en los árboles.
Pronto aparecerá la luna llena.
Mira a los ciegos, avanzando hacia el río en la penumbra.
Poco a poco, la caravana de los ciegos, como animales en un sueño,
Como animales en un sueño.