Jenny E La Bambola (Part. 1)
Mi raccontava che una volta da bambina
per distrarlo la portarono in campagna
che d'inverno in città si era innamorata,
troppa presto di un ragazzo assai più grande.
Sempre sola, chiusa in una stanza
voleva restare anche quando la campagna tornò tutta in fiore
e quando l'albero più verde dell'orto cambiò di colore
le regolarono una bombola per giocare.
" C'era una volta " la Sentivano che le sussurrava
e caricandoselo al suo fianco l'addormentava.
Le fantasie già di una donna s'immaginava,
e sempre più ivolte di scappar via
si con vinceva di tanto in tanto nello specchio
si guardava e con gli spilli un po' di gonna si scorcio va.
Così da qualche tempo andava in giro
e la dimenticava ma al suo ritorno
in punta di piedi la riabbraccia va.
Si era tanto trasformato ed aspettava
quella bambina che onticipasse la sua primavera
sull'orlo del letto si attardava
a pensarla nella culla già pronta
prolungando di più l'attesa e non dormiva
I vestitini addosso a lei se li immaginava
intanto che l'inverno a poco a poco se ne andava
Quella Storia della cicogna che non venne più
le procurò qualcosa più che un dispiacere, per questo all'improvviso aveva dei cambiamenti e risalivo su a nascondere un altro pianto.
Ma la compagna era tornata ancora in fiore qua e là tra i vetri della cosa si spostava il sole.
Jenny en de Pop (Deel 1)
Ze vertelde me dat ze als kind
ter afleiding naar het platteland werd gebracht.
Dat ze in de winter in de stad verliefd was geworden,
te vroeg op een jongen die veel ouder was.
Altijd alleen, opgesloten in een kamer,
wilde ze blijven toen het platteland weer in bloei stond.
En toen de groenste boom in de tuin van kleur veranderde,
kregen ze haar een pop om mee te spelen.
"Er was eens" fluisterde ze tegen zichzelf,
en terwijl ze het naast zich droeg, viel ze in slaap.
De fantasieën van een vrouw stelde ze zich voor,
en vaak droomde ze van weg te rennen.
Zo nu en dan in de spiegel gaf ze toe,
keek ze naar zichzelf en met spelden verkortte ze haar rok.
Zo ging ze een tijdje rond,
vergat ze het, maar als ze terugkwam,
omhelst ze het stilletjes weer.
Ze was zo veranderd en wachtte
op dat meisje dat haar lente bracht.
Op de rand van het bed bleef ze zitten,
juist te denken aan het wiegje dat al klaarstond,
het wachten verlengen en ze sliep niet.
Ze stelde zich de kleertjes voor die ze zou dragen, erwijl de winter langzaam verdween.
Het verhaal van de ooievaar die niet meer kwam,
bracht haar meer dan alleen verdriet, vandaar dat ze plotseling veranderde
en het opgaf om een andere huilbui te verbergen.
Maar de maat was weer in bloei, hier en daar, tussen de ramen bewoog de zon.