De Herder
Vervloek de vrijer, vrees mijn toorn!
Aan kwel en kommer klamp je vast
Kruip in krochten van kwijnend licht
Bij nacht en ontij oogst je doem
Het donkert dezer dagen, duister is de kim
Lang nog zul je lijden het lengen van de nacht
Van licht verstoken, geloken blik
Walg en weerzin wachten jou
Hoon en hekel, helse smart
Honds verlangen, hang naar dood
Euvel zul je uitstaan, onmacht en verdriet
Ongunstig het gesternte, gegeven door het lot
De driften van de reuzen, de drang van een wolvin
Tot eenzaamheid veroordeeld, de ondergang nabij
Gedrochten drommen dol van lust
Buk voor beesten, buig gedwee!
Luid je lokroep, licht je kooi!
De wind verwaait je wulps geschrei
Del Pastor
Maldice al pretendiente, teme mi ira!
Te aferras a la aflicción y la angustia
Te arrastras en los rincones de la luz marchita
En la noche y la tormenta cosechas tu perdición
Estos días se oscurecen, sombría es la aurora
Por mucho tiempo sufrirás el alargamiento de la noche
Privado de luz, mirada cerrada
Asco y repulsión te esperan
Burla y desprecio, dolor infernal
Anhelo canino, deseo de muerte
Mal soportarás, impotencia y tristeza
Desfavorable el destino, dado por el azar
Los impulsos de los gigantes, el deseo de una loba
Condenado a la soledad, el fin cerca
Monstruos se agolpan locos de lujuria
¡Inclínate ante las bestias, cede sumiso!
Alza tu llamado, ilumina tu jaula
El viento dispersa tu llanto lascivo