Demain Dès L'Aube
Demain dès l'aube
À l'heure où blanchit la campagne, je partirai (je partirai)
Vois-tu, je sais que tu m'attends (je sais que tu m'attends)
J'irai par la forêt, (par la forêt) j'irai par la montagne (par la montagne)
Je ne puis demeurer loin de toi plus longtemps (loin de toi plus longtemps)
Je ne puis demeurer loin de toi plus longtemps (loin de toi plus longtemps)
Je marcherai les yeux fixés sur mes pensées
Sans rien voir au dehors
Sans entendre aucun bruit
Seule, les mains croisées
Et le jour pour moi sera comme la nuit
Demain dès l'aube
Je partirai (Comme la nuit)
Comme la nuit
Par la forêt, (Comme la nuit) par la montagne (Comme la nuit)
Je ne puis demeurer loin de toi plus longtemps (loin de toi plus longtemps)
Demain dès l'aube
Je partirai
(Je ne puis demeurer loin de toi plus longtemps
Demain dès l'aube
Demain dès l'aube
Demain dès l'aube)
Demain dès l'aube
(Comme la nuit)
(Comme la nuit)
Comme la nuit
(Comme la nuit)
Par la forêt, (Comme la nuit) par la montagne (Comme la nuit)
Je ne puis demeurer loin de toi plus longtemps (loin de toi plus longtemps)
Comme la nuit
Comme la nuit
Par la forêt, (Comme la nuit) par la montagne (Comme la nuit)
Je ne puis demeurer loin de toi plus longtemps (loin de toi plus longtemps)
Demain dès l'aube
À l'heure où blanchit la campagne, je partirai (je partirai)
Vois-tu, je sais que tu m'attends (je sais que tu m'attends)
Morgen Bij Dageraad
Morgen bij dageraad
Op het uur dat het platteland wit wordt, zal ik vertrekken (zal ik vertrekken)
Zie je, ik weet dat je op me wacht (ik weet dat je op me wacht)
Ik zal gaan door het bos, (door het bos) ik zal gaan over de bergen (over de bergen)
Ik kan niet langer van je wegblijven (van je wegblijven)
Ik kan niet langer van je wegblijven (van je wegblijven)
Ik zal lopen met mijn ogen gericht op mijn gedachten
Zonder iets te zien van buiten
Zonder enige geluiden te horen
Alleen, met mijn handen gekruist
En de dag zal voor mij zijn als de nacht
Morgen bij dageraad
Zal ik vertrekken (Als de nacht)
Als de nacht
Door het bos, (Als de nacht) over de bergen (Als de nacht)
Ik kan niet langer van je wegblijven (van je wegblijven)
Morgen bij dageraad
Zal ik vertrekken
(Ik kan niet langer van je wegblijven
Morgen bij dageraad
Morgen bij dageraad
Morgen bij dageraad)
Morgen bij dageraad
(Als de nacht)
(Als de nacht)
Als de nacht
(Als de nacht)
Door het bos, (Als de nacht) over de bergen (Als de nacht)
Ik kan niet langer van je wegblijven (van je wegblijven)
Als de nacht
Als de nacht
Door het bos, (Als de nacht) over de bergen (Als de nacht)
Ik kan niet langer van je wegblijven (van je wegblijven)
Morgen bij dageraad
Op het uur dat het platteland wit wordt, zal ik vertrekken (zal ik vertrekken)
Zie je, ik weet dat je op me wacht (ik weet dat je op me wacht)