395px

Noche y niebla

André Van Den Heuvel

Nacht und nebel

Honderdtwintig man in een wagon dicht opeen
Van de zoveel miljoen: mager, naakt, bang, alleen
En ze reten de nacht met hun nagels uiteen
Van de zoveel miljoen honderdtwintig opeen

En ze voelden zich mens, maar ze waren getallen
Hun dobbelsteen was lang geleden al gegooid
Hun leven werd een schim, toen de steen was gevallen
Nooit weer zouden ze zien hoe de lente zich tooit

Hoe eentonig de reis, ongehaast bijna traag
Weer een nacht overleefd en alweer een vandaag
Hoe vaak stonden ze stil en vertrokken ze weer
En hoe gaf dat verwachting en hoop, keer op keer

En hun naam was Jan-Klaas, Sam, Natasha, of Brecht
Ze baden tot Jehova, tot Jezus of Visjnoe
And'ren baden ook niet, maar wat doet dat ertoe
Als je wilt blijven leven, ongeknield ongeknecht

En niet ieder van hen kwam aan 't eind van de reis
Zijn zij die het haalden nu dan in 't paradijs?
Ja, ze willen vergeten maar dat gaat niet zo gauw
En hoe komen de aderen op hun armen zo blauw

De Duitsers loerden hoog van hun wachttorens neer
De maan keek toe en zweeg en jullie zwegen ook
En starend in 't vrije, besefte je steeds weer
Dat een bloedhond van verre al mensenvlees rook

En al zegt men: 't Is oud, dat verhaaltje van jou
Je kunt beter gaan zingen van liefde en trouw:
In 't geschiedenisboek droogt een bloedbad snel uit
En een lied is geen lont, geen kanon en geen kruit

Wie dan heeft het formaat en valt mij erop aan?
Hun schaduw valt nog steeds op onze zomers neer
Goed, mijn woord klinkt gewrongen, maar ik wring het steeds weer
Om mijn kinderen te leren, dat zoiets kon bestaan

Honderdtwintig man in een wagon dicht opeen
Van de zoveel miljoen: mager, naakt, bang, alleen
En ze reten de nacht met hun nagels uiteen
Van de zoveel miljoen honderdtwintig opeen

Noche y niebla

Ciento veinte hombres en un vagón apretados
De entre tantos millones: flacos, desnudos, asustados, solos
Y desgarraban la noche con sus uñas
De entre tantos millones ciento veinte juntos

Y se sentían humanos, pero eran números
Su destino había sido lanzado hace mucho tiempo
Su vida se convirtió en sombra cuando la piedra cayó
Nunca más verían cómo la primavera se engalana

Qué monótono el viaje, casi lento
Otra noche sobrevivida y otro día más
Cuántas veces se detuvieron y partieron de nuevo
Y cómo eso les daba expectativas y esperanzas, una y otra vez

Y sus nombres eran Jan-Klaas, Sam, Natasha o Brecht
Oraban a Jehová, a Jesús o a Vishnu
Otros tampoco oraban, pero ¿qué importa eso?
Si quieres seguir viviendo, sin arrodillarte ni ser esclavo

Y no todos llegaron al final del viaje
¿Los que lo lograron están ahora en el paraíso?
Sí, quieren olvidar, pero no es tan fácil
Y cómo se ponen azules las venas en sus brazos

Los alemanes acechaban desde lo alto de sus torres de vigilancia
La luna observaba en silencio y ustedes también callaban
Y mirando hacia lo libre, te dabas cuenta una y otra vez
Que un sabueso a lo lejos ya olía carne humana

Y aunque digan: 'Es antigua, esa historia tuya'
Sería mejor que cantaras de amor y fidelidad:
En el libro de historia, una masacre se seca rápidamente
Y una canción no es mecha, ni cañón, ni pólvora

¿Quién tiene la talla y me critica por ello?
Su sombra sigue cayendo sobre nuestros veranos
Bueno, mi palabra suena forzada, pero la fuerzo una y otra vez
Para enseñarles a mis hijos que algo así pudo existir

Ciento veinte hombres en un vagón apretados
De entre tantos millones: flacos, desnudos, asustados, solos
Y desgarraban la noche con sus uñas
De entre tantos millones ciento veinte juntos

Escrita por: