Oblivion
The ground beneath me
It splits apart
And I'm chasing cracks
Back to my heart
No weight can crush
What's already numb
No sound can reach
Where feeling won't come
Trapped in this room the street lights dim
The sirens sing a howling hymn
No fire just endless gray
And every touch takes me further away
I can't feel the way they do
My blood's cold the ice cuts through
No fire can burn what's turned to stone
Everything I loved, I loved alone
Can't bleed the way they do
My heart is cold it's nothing new
No fire can burn what's turned to stone
Everything I loved, I loved alone
The ground beneath me
It splits apart
And I'm chasing cracks
Back to my heart
The streets are slick, ice rain cuts deep
While I walk through a city with a lack of sleep
Neon veins pulse
I'm lost to sight
In a city gilded with pyrite
Trapped in this room the street lights dim
The sirens sing a howling hymn
No fire just endless gray
And every touch takes me further away
I can't feel the way they do
My blood's cold the ice cuts through
No fire can burn what's turned to stone
Everything I loved, I loved alone
Can't bleed the way they do
My heart is cold it's nothing new
No fire can burn what's turned to stone
Everything I loved, I loved alone
No weight can crush what's already numb
No sound can reach where feeling won't come
A figure carved unmoving and cold
Forever fixed against my hold
No weight can crush what's already numb
No sound can reach where feeling won't come
Vergetelheid
De grond onder mij
Splijt open
En ik jaag op scheuren
Terug naar mijn hart
Geen gewicht kan verpletteren
Wat al gevoelloos is
Geen geluid kan bereiken
Waar gevoel niet komt
Vast in deze kamer, de straatlichten dimmen
De sirenes zingen een huilend hymne
Geen vuur, alleen eindeloos grijs
En elke aanraking brengt me verder weg
Ik kan niet voelen zoals zij doen
Mijn bloed is koud, het ijs snijdt diep
Geen vuur kan branden wat tot steen is verhard
Alles wat ik liefhad, had ik alleen lief
Kan niet bloeden zoals zij doen
Mijn hart is koud, het is niets nieuws
Geen vuur kan branden wat tot steen is verhard
Alles wat ik liefhad, had ik alleen lief
De grond onder mij
Splijt open
En ik jaag op scheuren
Terug naar mijn hart
De straten zijn glad, ijzel snijdt diep
Terwijl ik door een stad loop met een gebrek aan slaap
Neonaderen pulseren
Ik ben uit het zicht verloren
In een stad verguld met pyriet
Vast in deze kamer, de straatlichten dimmen
De sirenes zingen een huilend hymne
Geen vuur, alleen eindeloos grijs
En elke aanraking brengt me verder weg
Ik kan niet voelen zoals zij doen
Mijn bloed is koud, het ijs snijdt diep
Geen vuur kan branden wat tot steen is verhard
Alles wat ik liefhad, had ik alleen lief
Kan niet bloeden zoals zij doen
Mijn hart is koud, het is niets nieuws
Geen vuur kan branden wat tot steen is verhard
Alles wat ik liefhad, had ik alleen lief
Geen gewicht kan verpletteren wat al gevoelloos is
Geen geluid kan bereiken waar gevoel niet komt
Een figuur, uitgehouwen, onbeweeglijk en koud
Voor altijd vast tegen mijn greep
Geen gewicht kan verpletteren wat al gevoelloos is
Geen geluid kan bereiken waar gevoel niet komt