Fado Balada
Conta uma linda balada
Que um rei, dum reino sem par
Vendo morta a sua amada
Quis o seu seio honrar
E por molde, modelada
Depois de gasto um tesouro
Nasceu a graça encantada
Duma taça toda d'ouro
E quando por ela bebia
Morto por se embriagar
Saudoso, triste sorria
Com vontade de chorar
Certa noite imaculada
À luz de um luar divino
Deixou a corte pasmada
E fez-se ao mar sem destino
No mar ansiando a graça
De com a morta se juntar
Bebeu veneno p'la taça
E atirou a taça ao mar
Ao seu seio não há nada
Que se possa igualar
Nem a taça da balada
Que jaz no fundo do mar
Fado Balada
Vertel een mooie ballade
Van een koning, uit een uniek rijk
Die, toen hij zijn geliefde verloor
Wilde zijn borst eren
En zo, als een kunstwerk gemaakt
Na het verkwisten van een schat
Geboren werd de betovering
Van een beker van puur goud
En wanneer hij uit haar dronk
Dronken van de roes
Met verlangen, droevig glimlachte hij
Met de wens om te huilen
Op een onberispelijke nacht
Bij het licht van een goddelijke maan
Verbaasde hij de hof
En ging de zee op zonder bestemming
In de zee verlangend naar de genade
Om zich met de dode te verenigen
Dronk hij vergif uit de beker
En gooide de beker in de zee
Aan zijn borst is er niets
Dat te vergelijken valt
Zelfs niet de beker van de ballade
Die op de bodem van de zee ligt