Sur Le Bord D'une Vie
Sur le bord d’une vie,
On voudrait t’espérer,
Se dire qu’on a du temps,
Vivre encore un moment.
Sur le bord de sa vie,
J’aurais voulu lui parler,
De nos rêves d’écolier,
De nos folles années.
Sur le bord de sa vie,
J’aurais lui prouvé,
Qu’en perdant mon ami,
Je perdais une vie.
Sur le bord de sa vie,
J’aurais voulu lui donner,
Une main d’amitiés,
Et surtout la garder.
Mais dans la nuit,
Sans en cris,
Ses yeux blessés,
Ce sont fermés.
Et puis son cœur,
Fatigué,
L’a lâché,
Un non instant.
Sur le bord de sa vie,
J’aurais voulu lui prouver,
Qu’en perdant mon ami,
Je perdais une vie.
Sur le bord de sa vie,
J’aurais voulu lui donner,
Une main d’amitiés,
Et surtout la garder.
Sur le bord de sa vie,
Sur le bord de sa vie,
J’aurais voulu lui parler,
Je n’ai su que pleurer.
Aan de Rand van een Leven
Aan de rand van een leven,
Zouden we je willen hopen,
Zeggen dat we tijd hebben,
Nog even leven, een moment.
Aan de rand van zijn leven,
Had ik hem willen spreken,
Over onze dromen als scholier,
Over onze dolle jaren.
Aan de rand van zijn leven,
Had ik hem willen bewijzen,
Dat door mijn vriend te verliezen,
Ik een leven verloor.
Aan de rand van zijn leven,
Had ik hem willen geven,
Een hand van vriendschap,
En vooral die vasthouden.
Maar in de nacht,
Zonder geschreeuw,
Sloten zijn gewonde ogen,
Zich voorgoed.
En toen zijn hart,
Vermoeid,
Gaf het op,
Een moment.
Aan de rand van zijn leven,
Had ik hem willen bewijzen,
Dat door mijn vriend te verliezen,
Ik een leven verloor.
Aan de rand van zijn leven,
Had ik hem willen geven,
Een hand van vriendschap,
En vooral die vasthouden.
Aan de rand van zijn leven,
Aan de rand van zijn leven,
Had ik hem willen spreken,
Ik wist alleen te huilen.