395px

Het Roze Meisje van de Citroenen

Artur Ribeiro

A Rosinha dos Limões

Quando ela passa, franzina e cheia de graça,
Há sempre um ar de chalaça, no seu olhar feiticeiro,
Lá vai catita, cada dia mais bonita,
E o seu vestido, de chita, tem sempre um ar domingueiro.

Passa ligeira, alegre e namoradeira,
E a sorrir, pra rua inteira, vai semeando ilusões.
Quando ela passa, vai vender limões à praça,
E até lhe chamam, por graça, a rosinha dos limões.

Quando ela passa, junto da minha janela,
Meus olhos vão atrás dela até ver, da rua, o fim,
Com ar gaiato, ela caminha apressada,
Rindo por tudo e por nada, e às vezes sorri pra mim.

Quando ela passa, apregoando os limões,
A sós, com os meus botões, no vão da minha janela,
Fico pensando, que qualquer dia, por graça,
Vou comprar limões à praça e depois, caso com ela !

Het Roze Meisje van de Citroenen

Wanneer ze passeert, tenger en vol charme,
Is er altijd een lucht van gekkigheid, in haar betoverende blik,
Daar gaat ze, elke dag mooier,
En haar jurk, van katoen, heeft altijd een zondagse uitstraling.

Ze loopt snel, vrolijk en flirterig,
En lachend, voor de hele straat, zaait ze illusies.
Wanneer ze passeert, gaat ze citroenen verkopen op de markt,
En ze noemen haar, als grap, het roze meisje van de citroenen.

Wanneer ze passeert, langs mijn raam,
Volgen mijn ogen haar tot ik het einde van de straat zie,
Met een ondeugende blik, loopt ze haastig,
Lachend om alles en niets, en soms lacht ze naar mij.

Wanneer ze passeert, roepend om de citroenen,
Alleen, met mijn gedachten, in de opening van mijn raam,
Denk ik na, dat op een dag, als grap,
Ik citroenen op de markt ga kopen en daarna met haar trouw!

Escrita por: Artur Ribeiro