395px

Mijn gitaar in de kelder

Hugues Aufray

Ma guitare au saloir

J'ai mis ma guitare au fond du saloir
Elle était fatiguée
Puis j'ai fait un feu dans la cheminée
Un bon feu pour me réchauffer

Pour me réchauffer, j'ai posé mes pieds
Sur la pierre au foyer
Entre les chenets, j'ai compté ma vie
Il neigeait au fond de la nuit

Au fond de la nuit, j'ai rejoint ton lit
Et je t'ai retrouvée
Après tant de mois loin de ma maison
Dans tes bras, j'ai fait les moissons

J'ai fait les moissons aux quatre saisons
J'ai rejoint mes amis
En buvant le vin de l'amitié
Au matin, nous avons chanté

Nous avons chanté, nous avons guetté
Dans l'hiver endormi
J'ai trouvé près d'eux le chemin d'espoir
Que, pour eux, je reprends ce soir

Je reprends ce soir au fond du saloir
Ma guitare apaisée
Tout contre mon dos, je l'ai accrochée
De nouveau, nous partons chanter

De nouveau, nous partons chanter

Mijn gitaar in de kelder

Ik heb mijn gitaar in de kelder gelegd
Ze was moe en uitgeput
Toen stak ik een vuur in de schoorsteen
Een goed vuur om me op te warmen

Om me op te warmen, heb ik mijn voeten
Op de steen bij de haard gelegd
Tussen de kachels heb ik mijn leven geteld
Het sneeuwde diep in de nacht

Diep in de nacht ben ik bij jou in bed gekropen
En heb ik je weer gevonden
Na zoveel maanden weg van mijn huis
In jouw armen heb ik de oogst binnengehaald

Ik heb de oogst binnengehaald in de vier seizoenen
Ik heb mijn vrienden weer ontmoet
Onder het genot van de wijn van vriendschap
In de ochtend hebben we gezongen

We hebben gezongen, we hebben uitgekeken
In de slapende winter
Ik vond bij hen de weg van hoop
Die ik voor hen vanavond weer oppak

Vanavond pak ik in de kelder
Mijn gitaar weer op, zo vredig
Tegen mijn rug heb ik haar gehangen
We gaan weer samen zingen

We gaan weer samen zingen