395px

Luchtzuiveraar

Daniel Bélanger

Air pur

La nuit nous laisse encore sur le monde et l'aurore,
Au fusain clair, dessine un peu le jour
Dès lors ce passage obligé de la nuit au crépuscule,
Nos cheveux s'entremêlent.
On se lèvera, le corps ankylosé,
Forts d'un rêve à deux qui au matin survit.
Dans toutes les gares, trains de banlieue, trains de long cours,
Ce que tu vois vit, ce que tu redoutes se sent ;
L'État méprise la somme des efforts.

L'aube a ce don d'éternité divin en soi, partout elle te reconnaît, t'emplit d'elle-même.
Elle te pardonne, souvent aussi elle te demande de pardonner.
Du nord au sud, c'est la promesse de pain et de l'eau, comme d'est en ouest.
L'aube et l'amour, tous deux se ressemblent beaucoup et se confondent.
Partout sur terre, partout ils ont ce même pouvoir de rassembler.

Luchtzuiveraar

De nacht laat ons nog steeds op de wereld en de dageraad,
Met helder houtskool, schetst een beetje de dag.
Vanaf dat moment deze verplichte overgang van de nacht naar de schemering,
Verweven zijn onze haren.
We zullen opstaan, met een stijf lichaam,
Sterk van een droom samen die in de ochtend overleeft.
In alle stations, voorstedelijke treinen, langeafstandstreinen,
Wat je ziet leeft, wat je vreest voel je;
De staat minacht de som van de inspanningen.

De dageraad heeft deze goddelijke gave van eeuwigheid in zich, overal herkent ze je, vult je met zichzelf.
Ze vergeeft je, vaak vraagt ze je ook om te vergeven.
Van noord naar zuid, het is de belofte van brood en water, zoals van oost naar west.
De dageraad en de liefde, ze lijken veel op elkaar en vervagen.
Overal op aarde, overal hebben ze dezelfde kracht om te verenigen.

Escrita por: