395px

Génesis

Benny Neyman

genesis

In het begin heerste de duisternis
En God wees met zijn hand
En zomaar uit het niets
Ontstond het licht, de lucht en land
En bovenaan de hemel
Schiep hij sterren, zon en maan
En winden waaide wolken
Voor het groeien van het graan
En toen schiep hij de dieren
Die hier leefde op het land
De mens nog niet geschapen
Was slechts aarde, stof en zand

We zijn groot, we zijn groot
En het mensdom genoot
Van de rijkdom die God schiep op aarde
We zijn groot, we zijn groot
We zijn groot, idioot
Want wat blijft er nog over van waarde

En eindelijk op de zesde dag
Had God nog maar een wens
En naar zijn hand en voorbeeld
Schiep ie uit het stof de mens
Die man voelde zich eenzaam
Dus uit zijn rib schiep God een vrouw
Ze leefde in een paradijs
In liefde en in trouw
God sprak: Gij zult niet eten
Van die boom van goed en kwaad
De duivelse verleiding
Lag als slang alweer paraat

We zijn groot, we zijn groot
En het mensdom genoot
Van de rijkdom die God schiep op aarde
We zijn groot, we zijn groot
We zijn groot, idioot
Want wat blijft er nog over van waarde

Ze aten van de appelboom
Of schoon God het verbood
De slang zei: mensen eet nou maar
Je gaat er niet van dood
Negeer zijn woord en laat mij je verleiden met die vrucht
En jullie zullen heersen over aarde, zee en lucht
Zo werden ze verbannen
Want ze waren afgedwaald
Nog steeds wordt door hun kinderen
De prijs ervan betaald

We zijn groot, we zijn groot
En het mensdom genoot
Van de rijkdom die God schiep op aarde
We zijn groot, we zijn groot
We zijn groot, idioot
Want wat blijft er nog over van waarde

Génesis

En el principio reinaba la oscuridad
Y Dios estaba con su mano
Y de la nada
Surgió la luz, el aire y la tierra
Y en lo alto del cielo
Creó estrellas, sol y luna
Y los vientos soplaban nubes
Para el crecimiento del grano
Y luego creó a los animales
Que vivían en la tierra
El hombre aún no creado
Era solo tierra, polvo y arena

Somos grandes, somos grandes
Y la humanidad disfrutaba
De la riqueza que Dios creó en la tierra
Somos grandes, somos grandes
Somos grandes, idiota
Porque ¿qué queda de valor?

Y finalmente en el sexto día
Dios tenía un deseo más
Y a su imagen y semejanza
Creó al hombre del polvo
Ese hombre se sintió solo
Así que de su costilla Dios creó a la mujer
Vivieron en un paraíso
En amor y fidelidad
Dios dijo: No comerás
Del árbol del bien y del mal
La tentación diabólica
Estaba lista como serpiente

Somos grandes, somos grandes
Y la humanidad disfrutaba
De la riqueza que Dios creó en la tierra
Somos grandes, somos grandes
Somos grandes, idiota
Porque ¿qué queda de valor?

Comieron del manzano
Aunque Dios lo prohibió
La serpiente dijo: gente, solo coman
No morirán
Ignora su palabra y déjame seducirte con ese fruto
Y gobernarán sobre la tierra, el mar y el aire
Así fueron desterrados
Porque se habían desviado
Todavía sus hijos
Pagan el precio de ello

Somos grandes, somos grandes
Y la humanidad disfrutaba
De la riqueza que Dios creó en la tierra
Somos grandes, somos grandes
Somos grandes, idiota
Porque ¿qué queda de valor?

Escrita por: