395px

Antes...

Brammetje

Vroeger...

Vroeger liep hij vlot en vrolijk
Door de blijde wereld rond
Met een bloempje in z'n knoopsgat
En een glimlach om z'n mond;
Vroeger, toen z'n knevel krulde
Toen z'n boord een schutting leek
En het meest verwende meisje
Stiekum even naar hem keek

Vroeger vond hij al z'n vrinden
Elke avond in z'n kroeg
En dan werd het laat en later
Maar voor hem nooit laat genoeg;
Vroeger dronk hij wijn als water
Bij de pittigste sigaar
Vroeger woelden zachte handen
Vaak de scheiding uit z'n haar

Vroeger kende hij geen kater
Na een zondig avontuur
En nooit brandde hij z'n vingers
Aan een pot met eeuwig vuur;
Vroeger kon hij licht en luchtig
In der dingen schone schijn
Bloemen voor z'n knoopsgat plukken
Overal, waar bloemen zijn

Vroeger... ja, wat zegt dat... vroeger
Nu het wintert om z'n haard
Nu hij van die tuin vol bloemen
Toch niets beters heeft bewaard
Dan een stugge kamercactus
Die al jaren niet meer bloeit
En waarmee hij zich als regel
Dagenlang haast niet bemoeit

Vroeger, ach, spreek niet van vroeger
Troost hem niet met 'lest is best'
Nu hem slechts de stijve stekel
Van een kamer-cactus rest
En als hij als een ouwe zondaar
Op z'n bankje bij het vuur
Zich het fabeltje herinnert
Van: wat zijn die druiven zuur

Antes...

Antes caminaba ágil y alegre
Por el mundo feliz
Con una flor en su ojal
Y una sonrisa en su rostro;
Antes, cuando su bigote se rizaba
Cuando su cuello parecía una valla
Y la chica más consentida
De vez en cuando lo miraba de reojo

Antes encontraba a todos sus amigos
Cada noche en su taberna
Y luego se hacía tarde y más tarde
Pero nunca demasiado tarde para él;
Antes bebía vino como agua
Con el cigarro más picante
Antes manos suaves revolvían
A menudo su peinado

Antes no conocía la resaca
Después de una aventura pecaminosa
Y nunca se quemaba los dedos
En una olla con fuego eterno;
Antes podía ser ligero y despreocupado
En la hermosa apariencia de las cosas
Recogiendo flores para su ojal
En cualquier lugar donde haya flores

Antes... sí, ¿qué significa eso... antes
Ahora que el invierno está junto a su hogar
Ahora que de ese jardín lleno de flores
No ha guardado nada mejor
Que un cactus de habitación terco
Que no ha florecido en años
Y con el que generalmente
Casi no se molesta durante días

Antes, oh, no hables del pasado
No lo consuelas con 'lo pasado es mejor'
Ahora solo le queda la rígida espina
De un cactus de habitación
Y cuando como un viejo pecador
En su banco junto al fuego
Recuerda la fábula
De: qué amargos son esos racimos

Escrita por: Leon Boedels