Le Moyenâgeux
Le seul reproche, au demeurant
Qu'aient pu mériter mes parents
C'est d'avoir pas joué plus tôt
Le jeu de la bête à deux dos
Je suis né, même pas bâtard
Avec cinq siècles de retard
Pardonnez-moi, Prince, si je
Suis foutrement moyenâgeux
Ah! Que n'ai-je vécu, bon sang!
Entre quatorze et quinze cents
J'aurais retrouvé mes copains
Au Trou de la pomme de pin
Tous les beaux parleurs de jargon
Tous les promis de Montfaucon
Les plus illustres seigneuries
Du royaum' de truanderie
Après une franche repue
J'eusse aimé, toute honte bue
Aller courir le cotillon
Sur les pas de François Villon
Troussant la gueuse et la forçant
Au cimetièr' des Innocents
Mes amours de ce siècle-ci
N'en aient aucune jalousie
J'eusse aimé le corps féminin
Des nonnettes et des nonnains
Qui, dans ces jolis temps bénis
Ne disaient pas toujours nenni
Qui faisaient le mur du couvent
Qui, Dieu leur pardonne! Souvent
Comptaient les baisers, s'il vous plaît
Avec des grains de chapelet
Ces p'tit's soeurs, trouvant qu'à leur goût
Quatre Evangil's c'est pas beaucoup
Sacrifiaient à un de plus
L'évangile selon Vénus
Témoin: L'abbesse de Pourras
Qui fut, qui reste et restera
La plus glorieuse putain
Des moines du quartier Latin
A la fin, les anges du guet
M'auraient conduit sur le gibet
Je serais mort, jambes en l'air
Sur la veuve patibulaire
En arrosant la mandragore
L'herbe aux pendus qui revigore
En bénissant avec les pieds
Les ribaudes apitoyées
Hélas! Tout ça, c'est des chansons
Il faut se faire une raison
Les choux-fleurs poussent à présent
Sur le charnier des Innocents
Le Trou de la pomme de pin
N'est plus qu'un bar américain
Y a quelque chose de pourri
Au royaum' de truanderie
Je mourrai pas à Montfaucon
Mais dans un lit, comme un vrai con
Je mourrai, pas même pendard
Avec cinq siècles de retard
Ma dernière parole soit
Quelques vers de Maître François
Et que j'emporte entre les dents
Un flocon des neiges d'antan
Ma dernière parole soit
Quelques vers de Maître François
Pardonnez-moi, Prince, si je
Suis foutrement moyenâgeux
De Middeleeuwer
Het enige verwijt, dat is waar
Dat mijn ouders hebben verdiend
Is dat ze niet eerder hebben gespeeld
Het spel van de twee ruggen
Ik ben geboren, niet eens een bastaard
Met vijf eeuwen vertraging
Vergeef me, Prins, als ik
Vreselijk middeleeuws ben
Ah! Had ik maar geleefd, verdomme!
Tussen veertien en vijftien honderd
Had ik mijn vrienden weergevonden
In het Gat van de dennenappel
Alle mooie praters van jargon
Alle beloften van Montfaucon
De meest illustere heren
Van het koninkrijk der oplichters
Na een flinke maaltijd
Had ik graag, zonder schaamte
De cotillon willen dansen
In de voetsporen van François Villon
De hoer vastgrijpend en dwingend
Op de begraafplaats der Onschuldigen
Mijn liefdes van deze eeuw
Mogen geen jaloezie voelen
Ik had de vrouwelijke lichamen
Van nonnetjes en nonnen willen hebben
Die, in die mooie gezegende tijden
Niet altijd nee zeiden
Die de muur van het klooster overklommen
Die, God verhoede! Vaak
De kussen telden, alsjeblieft
Met kralen van de rozenkrans
Die kleine zusters, die vonden dat naar hun smaak
Vier Evangeliën niet veel zijn
Offerden er één meer op
Het evangelie volgens Venus
Getuige: De abdis van Pourras
Die was, die blijft en zal blijven
De meest glorieuze hoer
Van de monniken uit het Latijnse kwartier
Aan het eind zouden de engelen van de wacht
Mij naar de galg hebben geleid
Ik zou zijn gestorven, benen in de lucht
Op de weduwe met een slechte reputatie
Terwijl ik de mandragora besproeide
Het gras voor de gehangenen dat verkwikt
Terwijl ik met mijn voeten zegen
De medelijdende hoeren
Helaas! Dat is allemaal maar gezang
Je moet je erbij neerleggen
De bloemkool groeit nu
Op het graf van de Onschuldigen
Het Gat van de dennenappel
Is niet meer dan een Amerikaanse bar
Er is iets rot
In het koninkrijk der oplichters
Ik zal niet sterven in Montfaucon
Maar in een bed, als een echte idioot
Ik zal sterven, niet eens als een gehangene
Met vijf eeuwen vertraging
Mijn laatste woorden zijn
Enkele verzen van Meester François
En dat ik tussen mijn tanden meeneem
Een vlok van de sneeuw van weleer
Mijn laatste woorden zijn
Enkele verzen van Meester François
Vergeef me, Prins, als ik
Vreselijk middeleeuws ben
Escrita por: Georges Brassens