395px

Cirkel van de Bloem

Caetano Veloso

Circuladô de Fulô

Circuladô de fulô ao Deus ao demodará
Que Deus te guie porque eu não posso guiá
E viva quem já me deu
Circuladô de fulô, e ​ainda quem falta me dá

Soando como um shamisen
E feito apenas com um arame tenso
Um cabo e uma lata velha num fim de festa
Feira no pino do Sol a pino

Mas para outros não existia
Aquela música não podia
Porque não podia popular
Aquela música se não canta não é popular
Se não afina, não tintina, não tarantina

E no entanto puxada na tripa da miséria
Na tripa tensa da mais megera miséria física
E doendo, doendo
Como um prego na palma da mão
Um ferrugem prego cego
Na palma espalmada mão
Coração exposto como um nervo
Tenso retenso um renegro
Prego cego durando na palma
Polpa da mão ao Sol

Circuladô de fulô ao Deus ao demodará
Que Deus te guie porque eu não posso guiá
E viva quem já me deu
Circuladô de fulô, e ainda quem falta me dá

O povo é o inventalínguas
Na malícia da maestria no matreiro
Da maravilha no visgo do improviso
Tenteando a travessia azeitava o eixo do Sol

Circuladô de fulô
Circuladô de fulô ao Deus ao demodará
Que Deus te guie porque eu não posso guiá
E viva quem já me deu
Circuladô de fulô, e ainda quem falta me dá

E não peça que eu te guie, não peça
Despeça que eu te guie
Desguie que eu te peça
Promessa que eu te fie
Me deixe, me esqueça, me largue
Me desamargue que no fim eu acerto
Que no fim eu reverto
Que no fim eu conserto
E para o fim me reservo
E se verá que estou certo
E se verá que tem jeito
E se verá que está feito
Que pelo torto fiz direito
Que quem faz cesto faz cento
Se não guio não lamento
Pois o mestre que me ensinou
Já não dá ensinamento

Circuladô de fulô ao Deus ao demodará
Que Deus te guie porque eu não posso guiá
E viva quem já me deu
Circuladô de fulô, e ainda quem falta me dá

Cirkel van de Bloem

Cirkel van de bloem, aan God, aan de demodará
Dat God je leidt, want ik kan je niet leiden
En leve wie me al gegeven heeft
Cirkel van de bloem, en ook wie me nog iets geeft

Klinkend als een shamisen
En gemaakt met een gespannen draad
Een stok en een oude blik aan het eind van het feest
Markt onder de brandende zon

Maar voor anderen bestond het niet
Die muziek kon niet bestaan
Want het kon niet populair zijn
Die muziek, als je niet zingt, is het niet populair
Als het niet stemt, niet tintelt, niet tarantina

En toch getrokken in de ingewanden van de ellende
In de gespannen ingewanden van de meest erbarmelijke ellende
En het doet pijn, het doet pijn
Als een spijker in de handpalm
Een roestige blinde spijker
In de open handpalm
Hart blootgesteld als een zenuw
Spannend, opnieuw gespannen, een zwartheid
Blinde spijker die in de palm blijft
Vlees van de hand in de zon

Cirkel van de bloem, aan God, aan de demodará
Dat God je leidt, want ik kan je niet leiden
En leve wie me al gegeven heeft
Cirkel van de bloem, en ook wie me nog iets geeft

Het volk is de uitvinder van talen
In de sluwheid van de meester in de kunst
Van de wonderen in de kleefstof van improvisatie
Proberend de oversteek, vet het as van de zon

Cirkel van de bloem
Cirkel van de bloem, aan God, aan de demodará
Dat God je leidt, want ik kan je niet leiden
En leve wie me al gegeven heeft
Cirkel van de bloem, en ook wie me nog iets geeft

En vraag niet dat ik je leid, vraag niet
Verlang niet dat ik je leid
Verlang niet dat ik je vraag
Belofte dat ik je vertrouw
Laat me, vergeet me, laat me los
Verlos me van de bitterheid, want uiteindelijk komt het goed
Want uiteindelijk keer ik het om
Want uiteindelijk repareer ik het
En voor het einde reserveer ik me
En je zult zien dat ik gelijk heb
En je zult zien dat het mogelijk is
En je zult zien dat het gedaan is
Want door het kromme deed ik het recht
Want wie een mand maakt, maakt er honderd
Als ik niet leid, heb ik geen spijt
Want de meester die me leerde
Geeft geen lessen meer

Cirkel van de bloem, aan God, aan de demodará
Dat God je leidt, want ik kan je niet leiden
En leve wie me al gegeven heeft
Cirkel van de bloem, en ook wie me nog iets geeft

Escrita por: Caetano Veloso, Haroldo de Campos