395px

Meneer Zé van Catimbó

Caio Bassitt

Seu Zé do Catimbó

Sou o mestre Zé Pelintra
Sou Doutor do Catimbó
Mulher tenho mais de trinta
Mas minha alma vaga só.

Pra agradar me dá cachaça
Dá cigarro pra eu fumar
Eu te livro da desgraça
Firma um ponto pra eu sambar.

Levei chumbo de espingarda
Navalhada de outro Zé
Muita paulada de guarda
Mas o que mata é a mulher.

A polícia eu despacho
Navalha foi de raspão
O chumbo acertou o braço
E a mulher o coração.

Venho lá de Aruanda
Sou boêmio, sou malandro
Se aqui houver demanda
Meu chapéu eu vou tirando

Meneer Zé van Catimbó

Ik ben meester Zé Pelintra
Ik ben de dokter van Catimbó
Vrouwen heb ik meer dan dertig
Maar mijn ziel dwaalt alleen.

Om me te plezieren geef je me drank
Geef me sigaretten om te roken
Ik bevrijd je van ellende
Zet een punt neer zodat ik kan dansen.

Ik kreeg lood van een geweer
Een messteek van een andere Zé
Veel klappen van de politie
Maar wat echt doodt is de vrouw.

De politie stuur ik weg
Het mes raakte me maar net
Het lood trof mijn arm
En de vrouw mijn hart.

Ik kom van Aruanda
Ik ben een levensgenieter, een oplichter
Als hier vraag is
Zal ik mijn hoed afnemen.

Escrita por: Caio Bassitt