395px

De Dolle Liefde

Cali

L'amour Fou

Je dois enlacer, je dois embrasser
Même vite, même dans le noir
Il est si difficile de trouver
Un autre noyé, un autre désespoir
N'y a-t-il donc personne qui ait besoin de moi, de ma chaleur,
De me serrer trop fort, de me lécher les joues,
De me lécher les lèvres, de me lécher la peau,
De m'aimer à la mort.

Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.
Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.

J'ai besoin de tenir, de couver une main,
D'embrasser des paupières, sans amour je suis rien
Je cherche une solitude, m'étouffer dans des bras
J'ai besoin de brûler, de vivre une dernière fois
Si je n'ai plus droit à tout ça, abattez-moi, abattez-moi come un chien
Si je n'ai plus droit à tout ça, abattez-moi, abattez-moi come un chien

Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.
Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.

Au fond d'un cinéma, à l'arrière dune voiture
Mon cœur doit battre, battre, battre
Suis-je le seul noyé, le seul désespéré
Je veux tout, tout, tout, recommencer
Connaitre à nouveau la peur du tout début,
Au tout début, oh, c'était bien
Si je n'ai plus droit à tout ça, abattez-moi, abattez-moi comme un chien

Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.
Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.

J'ai erré, soulé, autoporté,
Quand tu venais me voir à la sauvette,
Tu te souviens, dis,
Entre deux portes, entre deux mensonges,
Tu te souviens, dis,
Un homme te vouait l'amour désespéré,
Et puis un autre, pour une fois j'étais l'autre,
Tu te souviens dis, j'ai aimé la jeune fille qui nous tenait la main
Tu te souviens dis, tout en haut de nos 16 ans, tout en haut de Fillols
Elle attendait le baiser de ses amoureux
Et sous son kilt trop court, ses fesses qui hurlaient comme un cadeau de Dieu
Et puis toutes ses promesses à toi, à moi, à tous les deux
Tu te souviens, dis, tu te souviens, dis !

Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.
Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.
Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.
Personne, personne, personne,
ne vit sans l'amour fou.

De Dolle Liefde

Ik moet omhelzen, ik moet kussen
Zelfs snel, zelfs in het donker
Het is zo moeilijk te vinden
Een andere verdrinkeling, een ander wanhoop
Is er dan niemand die mij nodig heeft, mijn warmte,
Om me te strak te knijpen, om mijn wangen te likken,
Om mijn lippen te likken, om mijn huid te likken,
Om me tot de dood te beminnen.

Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.
Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.

Ik heb behoefte om vast te houden, om een hand te koesteren,
Om oogleden te kussen, zonder liefde ben ik niets
Ik zoek een eenzaamheid, me verstikken in armen
Ik heb behoefte om te branden, om nog één keer te leven
Als ik daar niet meer recht op heb, schiet me dan dood, schiet me dan dood als een hond
Als ik daar niet meer recht op heb, schiet me dan dood, schiet me dan dood als een hond

Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.
Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.

In de achterste rij van een bioscoop, achterin een auto
Moet mijn hart kloppen, kloppen, kloppen
Ben ik de enige verdrinkeling, de enige wanhopige
Ik wil alles, alles, alles, opnieuw beginnen
Weer de angst van het allereerste begin ervaren,
Aan het begin, oh, het was fijn
Als ik daar niet meer recht op heb, schiet me dan dood, schiet me dan dood als een hond

Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.
Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.

Ik heb rondgedwaald, dronken, zelfvoorzienend,
Toen je me stiekem kwam opzoeken,
Weet je het nog, zeg,
Tussen twee deuren, tussen twee leugens,
Weet je het nog, zeg,
Een man gaf je wanhopige liefde,
En toen een ander, voor één keer was ik de ander,
Weet je het nog, zeg, ik hield van het meisje dat onze handen vasthield
Weet je het nog, zeg, helemaal bovenaan onze 16 jaar, helemaal bovenaan Fillols
Ze wachtte op de kus van haar geliefden
En onder haar te korte kilt, haar billen die schreeuwden als een cadeau van God
En toen al haar beloftes aan jou, aan mij, aan ons beiden
Weet je het nog, zeg, weet je het nog, zeg !

Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.
Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.
Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.
Niemand, niemand, niemand,
leeft zonder de dolle liefde.

Escrita por: Bruno Caliciuri