Maria La-ô
A Santiago, quand la nuit descend,
Sous les gais rayons de la lune d'argent,
Une voix s'élève et tous les échos
Répètent ce nom : Maria La-ô !
C'est un amoureux qui vient chaque soir,
Inlassablement chanter son espoir,
Mais répondra-t-elle à ses doux serments,
De lui fera-t-elle un jour son amant ?
{Refrain:}
Maria La-ô, toi la plus jolie,
Maria La-ô, tu charmes ma vie,
Je trouve en tes yeux l'infini des cieux
Et ton regard est prometteur de bonheur
Maria La-ô, les heures sont brèves
Maria La-ô, exauce mon rêve
Tu seras et pour toujours
Maria La-ô, mon seul amour.
A Santiago, les mois ont passé
Et dans les bois ombreux s'en vont enlacés
Deux jeunes amants pour qui tout est beau
Car elle a dit : oui, Maria La-ô !
Unis à jamais, suivant chaque jour
Le sentier fleuri du jardin d'amour,
Elle écoute encore le coeur frémissant
L'exquise chanson aux tendres accents
{Au Refrain}
Maria La-ô
In Santiago, als de nacht valt,
Onder de vrolijke stralen van de zilveren maan,
Verheft een stem zich en alle echo's
Herhalen die naam: Maria La-ô!
Het is een minnaar die elke avond komt,
Onvermoeibaar zijn hoop zingt,
Maar zal zij antwoorden op zijn zoete eden,
Zal zij hem ooit haar minnaar maken?
{Refrein:}
Maria La-ô, jij de mooiste,
Maria La-ô, je betovert mijn leven,
Ik vind in jouw ogen de oneindigheid van de hemel
En jouw blik belooft geluk.
Maria La-ô, de uren zijn kort,
Maria La-ô, verhoor mijn droom,
Jij zult zijn en voor altijd
Maria La-ô, mijn enige liefde.
In Santiago zijn de maanden voorbijgegaan
En in de schaduwrijke bossen gaan
Twee jonge geliefden hand in hand,
Want zij heeft gezegd: ja, Maria La-ô!
Voor altijd verenigd, elke dag volgend
Het bloeiende pad van de tuin van de liefde,
Zij luistert nog naar het kloppende hart
Het heerlijke lied met tedere klanken.
{Herhaal Refrein}