Que Fais-tu, Blanche Tourterelle?
Depuis hier je cherche
en vain mon maître!
Est-il encore chez vous?
Mes seigneurs Capulet?
Voyons un peu si vos dignes valets
A ma voix ce matin
Oseront reparaître.
Que fais-tu blanche tourterelle,
Dans ce nid de vautours?
Quelque jour, déployant ton aile,
Tu suivras les amours!
Aux vautours, il faut la bataille,
Pour frapper d'estoc et de taille
Leurs becs sont aiguisés!
Laisse-là ces oiseaux de proie,
Tourterelle qui fais ta joie
Des amoureux baisers!
Garder bien la belle!
Qui vivra verra!
Votre tourtlerelle vous échappera,
Un ramier, loin du vert bocage,
Par l'amour attiré,
A l'entour de ce nid sauvage
A, je crois, soupiré!
Les vautours sont à la curée,
Leurs chansons, que fuit Cythérée,
Résonne à grand bruit!
Cependant en leur douce ivresse
Les amants content leurs tendresses
Aux astres de la nuit!
Gardez bien la belle!
Wat Doe Je, Witte Tortelduif?
Sinds gisteren zoek ik
tevergeefs mijn meester!
Is hij nog bij jullie?
Mijn heren Capulet?
Laten we eens kijken of jullie waardige dienaren
Vanmorgen op mijn stem
Durven terug te komen.
Wat doe je, witte tortelduif,
In dit nest van gieren?
Op een dag, je vleugel spreidend,
Zal je de liefde volgen!
Tegen de gieren moet je vechten,
Om met snede en steek
Hun snavels te raken!
Laat die roofvogels maar zitten,
Tortelduif die je blij maakt
Met de kussen van geliefden!
Bewaar de mooie goed!
Wie leeft, zal zien!
Jouw tortelduif zal je ontglippen,
Een houtduif, ver van het groene bos,
Aangetrokken door de liefde,
Rondom dit wilde nest
Heb ik, geloof ik, gezucht!
De gieren zijn op de prooi,
Hun liedjes, die Cytherea ontvlucht,
Weerklinken met veel lawaai!
Ondertussen, in hun zoete roes
Vertellen de geliefden hun tederheden
Aan de sterren van de nacht!
Bewaar de mooie goed!