A Violeira
Desde menina
Caprichosa e nordestina
Que eu sabia, a minha sina
Era no Rio vir morar
Em Araripe
Topei com o chofer dum jipe
Que descia pra Sergipe
Pro Serviço Militar
Esse maluco
Me largou em Pernambuco
Quando um cara de trabuco
Me pediu pra namorar
Mais adiante
Num estado interessante
Um caixeiro viajante
Me levou pra Macapá
Uma cigana revelou que a minha sorte
Era ficar naquele Norte
E eu não queria acreditar
Juntei os trapos com um velho marinheiro
Viajei no seu cargueiro
Que encalhou no Ceará
Voltei pro Crato
E fui fazer artesanato
De barro bom e barato
Pra mó de economizar
Eu era um broto
E também fiz muito garoto
Um mais bem-feito que o outro
Eles só faltam falar
Juntei a prole e me atirei no São Francisco
Enfrentei raio, corisco
Correnteza e coisa-má
Inda arrumei com um artista em Pirapora
Mais um filho e vim-me embora
Cá no Rio vim parar
Ver Ipanema
Foi que nem beber jurema
Que cenário de cinema
Que poema à beira-mar
E não tem tira
Nem doutor, nem ziguizira
Quero ver que é que tira
Nós aqui desse lugar
Será verdade
Que eu cheguei nessa cidade
Pra primeira autoridade
Resolver me escorraçar
Com tralha inteira
Remontar a Mantiqueira
Até chegar na corredeira
O São Francisco me levar
Me distrair
Nos braços de um barqueiro sonso
Despencar na Paulo Afonso
No oceano me afogar
Perder os filhos
Em Fernando de Noronha
E voltar morta de vergonha
Pro sertão de Quixadá
Tem cabimento
Depois de tanto tormento
Me casar com algum sargento
E todo sonho desmanchar
Não tem carranca
Nem trator, nem alavanca
Quero ver quem é que arranca
Nós aqui desse lugar
De Violeira
Sinds ik een meisje was
Eigenzinnig en uit het noorden
Wist ik dat mijn lot
Was om in Rio te wonen
In Araripe
Kwam ik de chauffeur van een jeep tegen
Die naar Sergipe ging
Voor de militaire dienst
Die gek
Liet me achter in Pernambuco
Toen een kerel met een geweer
Mij vroeg om te daten
Verderop
In een interessante staat
Nam een reiziger
Mij mee naar Macapá
Een zigeunerin onthulde dat mijn geluk
Was om in het noorden te blijven
En ik wilde het niet geloven
Ik verzamelde mijn spullen met een oude zeeman
Reisde op zijn vrachtschip
Dat vastliep in Ceará
Ik ging terug naar Crato
En begon met handwerk
Van goed en goedkoop klei
Om wat te besparen
Ik was een jongeling
En maakte ook veel jongens
De een mooier dan de ander
Ze kunnen bijna praten
Ik verzamelde de kroost en sprong in de São Francisco
Stond oog in oog met bliksem, donder
Stroming en ellende
Vond nog een artiest in Pirapora
Weer een kind en ging weer weg
Hier in Rio belandde ik
Ipanema zien
Was als het drinken van jurema
Wat een filmset
Wat een gedicht aan de kust
En er is geen agent
Geen dokter, geen gedoe
Ik wil zien wie ons
Hier weg kan krijgen
Is het waar
Dat ik in deze stad ben aangekomen
Om door de eerste autoriteit
Weggestuurd te worden?
Met al mijn spullen
De Mantiqueira weer opbouwen
Tot de stroomversnelling
De São Francisco me meeneemt
Me vermaken
In de armen van een sluwe bootman
Neerplonzen in Paulo Afonso
In de oceaan verdrinken
Mijn kinderen verliezen
In Fernando de Noronha
En terugkomen dood van schaamte
Naar het binnenland van Quixadá
Is het te geloven
Na zoveel ellende
Te trouwen met een sergeant
En al mijn dromen te laten vervagen?
Geen boze gezichten
Geen tractor, geen hefboom
Ik wil zien wie ons
Hier weg kan krijgen