Dizei Aos Cativos: Saí!
Refrão: dizei aos cativos: "saí!"
Aos que estão nas trevas: "vinde à luz!"
Caminhemos para as fontes,
É o senhor quem nos conduz! (bis)
1a. foi no tempo favorável
Que eu te ouvi, te escutei,
No dia da salvação
Socorri-te e ajudei.
B. e assim te guardarei,
Te farei mediador
D'aliança com o povo,
Será seu libertador!
2a. não terão mais fome e sede,
Nem o sol os queimará,
O senhor se compadece,
Qual pastor os guiará...
B. pelos montes, pelos vales
Passarão minhas estradas,
E virão de toda parte
E encontrarão pousada.
3a. céus e terra, alegrai-vos,
Animai-vos e cantai;
O senhor nos consolou,
Dos aflitos se lembrou!
B. poderia uma mulher
De seu filho se esquecer?
Inda que'isso acontecesse,
Nunca iria te perder!
Zeg Tegen de Gevangenen: Ga!
Refrein: zeg tegen de gevangenen: "ga!"
Tegen degenen die in de duisternis zijn: "kom naar het licht!"
Laten we naar de bronnen gaan,
Het is de Heer die ons leidt! (bis)
1a. het was in de gunstige tijd
Dat ik je hoorde, je hoorde,
Op de dag van de redding
Heb ik je geholpen en bijgestaan.
B. en zo zal ik je bewaren,
Ik zal je een bemiddelaar maken
Van het verbond met het volk,
Hij zal hun bevrijder zijn!
2a. ze zullen geen honger en dorst meer hebben,
De zon zal hen niet verbranden,
De Heer heeft medelijden,
Als een herder zal Hij hen leiden...
B. door de bergen, door de valleien
Zullen mijn wegen gaan,
En ze zullen van overal komen
En een onderkomen vinden.
3a. hemel en aarde, verheug je,
Versterk je en zing;
De Heer heeft ons getroost,
Hij heeft aan de verdrukten gedacht!
B. zou een vrouw
Haar kind kunnen vergeten?
Zelfs als dat zou gebeuren,
Zou ik je nooit verliezen!