Tout le jour, toute la nuit
Tout le jour, toute la nuit,
Rien que toi, toujours, toujours,
J'en suis ébloui.
Que tu sois au loin, qu'importe,
Puisqu'en moi tendrement je t'emporte
Ô mon amour, nuit et jour.
Sans répit, le jour la nuit,
Le désir pour mon démon
Me hante et me poursuit.
Dans le tourbillon du monde,
La solitude profonde
Je suis à toi, rien qu'à toi.
Nuit et jour, au plus profond de moi,
Un feu brûle qui me consume,
Et ne brûle que pour toi.
Mon tourment ne finira
Que lorsque tu me permettras de t'aimer
De t'aimer toujours, nuit et jour.
Comme le tam-tam qui résonne
Dans la jungle sombre, au loin ;
Comme le tic-tac monotone
Qui du temps marque les points ;
Comme cette pluie obsédante
Qui s'averse sur le toît,
Sans arrêt, ce rêve fou me hante, toi, toi, toi !
Tout le jour, toute la nuit,
Rien que toi, toujours, toujours,
J'en suis ébloui.
Que tu sois au loin, qu'importe,
Puisqu'en moi tendrement je t'emporte
Ô mon amour, nuit et jour.
Sans répit, le jour la nuit,
Le désir pour mon démon
Me hante et me poursuit.
Dans le tourbillon du monde,
La solitude profonde
Je suis à toi, rien qu'à toi.
Nuit et jour, au plus profond de moi,
Un feu brûle qui me consume,
Et ne brûle que pour toi.
Mon tourment ne finira
Que lorsque tu me permettras de t'aimer
De t'aimer toujours, nuit et jour.
De hele dag, de hele nacht
De hele dag, de hele nacht,
Alleen jij, altijd, altijd,
Ik ben verblind.
Of je nu ver weg bent, wat maakt het uit,
Want in mij neem ik je teder mee
O mijn liefde, nacht en dag.
Zonder rust, de dag en de nacht,
De verlangens voor mijn demon
Horen bij me en achtervolgen me.
In de draaikolk van de wereld,
De diepe eenzaamheid
Ik ben van jou, alleen van jou.
Nacht en dag, diep van binnen,
Brandt er een vuur dat me verteert,
En dat alleen voor jou brandt.
Mijn kwelling zal pas eindigen
Wanneer je me toestaat je te beminnen
Je altijd te beminnen, nacht en dag.
Zoals de tam-tam die weerklinkt
In de donkere jungle, in de verte;
Zoals het monotone tikken
Dat de tijd markeert;
Zoals die opdringerige regen
Die op het dak valt,
Onophoudelijk, deze gekke droom achtervolgt me, jij, jij, jij!
De hele dag, de hele nacht,
Alleen jij, altijd, altijd,
Ik ben verblind.
Of je nu ver weg bent, wat maakt het uit,
Want in mij neem ik je teder mee
O mijn liefde, nacht en dag.
Zonder rust, de dag en de nacht,
De verlangens voor mijn demon
Horen bij me en achtervolgen me.
In de draaikolk van de wereld,
De diepe eenzaamheid
Ik ben van jou, alleen van jou.
Nacht en dag, diep van binnen,
Brandt er een vuur dat me verteert,
En dat alleen voor jou brandt.
Mijn kwelling zal pas eindigen
Wanneer je me toestaat je te beminnen
Je altijd te beminnen, nacht en dag.